Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.3.2:7.3.2 Voorwaarde voor de verkoop
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.3.2
7.3.2 Voorwaarde voor de verkoop
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258437:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Punt 4 van de Aantekening bij artikel 1 CVA.
HvJ EU 19 november 2020, nr. C-775/19 (5th AVENUE Products Trading GmbH tegen Hauptzollamt Singen), ECLI:EU:C:2020:948, r.o. 42.
HvJ EU 9 maart 2017, nr. C-173/15 (GE Healthcare GmbH tegen Hauptzollamt Düsseldorf), ECLI:EU:C:2017:195, r.o. 60.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Betalingen die als voorwaarde voor de verkoop van de ingevoerde goederen werkelijk zijn of moeten worden verricht, worden in aanmerking genomen voor de vaststelling van de douanewaarde. Daartoe moet worden getoetst aan de zogenaamde ‘condition of sale test’. Ik meen in dat kader dat ‘werkelijk betaalde of te betalen prijs’ gelinkt is aan de ‘goederen waarvoor de waarde wordt bepaald’. In mijn optiek hoeft derhalve niet iedere betaling die als voorwaarde voor de verkoop wordt verricht in aanmerking te worden genomen voor de vaststelling van de douanewaarde. Er moet een duidelijke link bestaan tussen de betaling en de ingevoerde goederen. In de Aantekening op artikel 1 CVA staat in dat kader aangegeven dat:1
“De overdracht van dividenden of andere betalingen van de koper aan de verkoper die geen verband houden met de ingevoerde goederen, […] niet tot de douanewaarde [behoren].”
De voorwaarden van de condition of sale test onder het DWU zijn niet wettelijk verankerd, met uitzondering van de condition of sale test die toepassing vindt voor de bijtelling van royalty’s en licentierechten. In dat geval zijn nadere voorwaarden gesteld in artikel 136, lid 4, UDWU. Ik acht dit artikel en in het bijzonder de daarin opgenomen voorwaarden, niet toepasselijk om vast te stellen of sprake is van een voorwaarde voor de verkoop in de zin van artikel 70, lid 2, DWU. Eén en ander houdt verband met het feit dat in de koptekst van artikel 136 UDWU enkel een verwijzing wordt gemaakt naar artikel 71, lid 1, onderdeel c, DWU en niet naar artikel 70, lid 2, DWU. Daarnaast volgt uit de bewoordingen van artikel 136 UDWU, dat de daarin opgenomen condition of sale test enkel ziet op betalingen voor royalty’s en licentierechten. Voor de invulling van de condition of sale test kan derhalve voor de toepassing van artikel 70, lid 2, DWU niet bij artikel 136, lid 4, UDWU worden aangesloten.
Wel kan worden aangesloten bij de uitleg die het Hof van Justitie heeft gegeven aan de condition of sale test. De uitleg van ‘voorwaarde van de verkoop’ is in de context van royalty’s en licentierechten aan de orde geweest in het GE Healthcare GmbH tegen Hauptzollamt Düsseldorf-arrest. Uit het 5th AVENUE Products Trading GmbH tegen Hauptzollamt Singen-arrest kan worden afgeleid dat deze uitleg ook toepassing moet vinden voor de uitleg van ‘voorwaarde voor de verkoop’ zoals bedoeld in (thans) artikel 70, lid 2, DWU.2 In het GE Healthcare GmbH tegen Hauptzollamt Düsseldorf-arrest overweegt het Hof van Justitie dat sprake is van een voorwaarde voor de verkoop van de goederen waarvan de waarde moet worden bepaald, wanneer in het kader van de contractuele betrekkingen die zijn vastgesteld tussen de verkoper, of de met hem verbonden persoon, en de koper, deze betaling voor de verkoper dermate belangrijk is dat hij zonder deze betaling niet bereid is de goederen te verkopen.3