Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.6.2.1
17.6.2.1 Bevoegdheden en rechten van de beheerder
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367340:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een samenvatting van de literatuur op dit punt de conclusie van AG Timmerman bij HR 23 maart 2012, NJ 2012/393 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2012/141 m.nt. Josephus Jitta en Barkhuysen (e-Traction-II). Instemmend Compendium 2013, p. 1792.
Zie onder meer art. 2:13 lid 1 BW.
Indien bijvoorbeeld de tijdelijke beheerder in strijd met zijn beheeropdracht heeft gestemd in de aandeelhoudersvergadering voor een besluit dat zonder zijn stem niet tot stand zou zijn gekomen, is het schenden van de opdracht een omstandigheid die meegenomen moet worden bij de vraag of het besluit wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid vernietigd kan worden (zie art. 2:15 lid 1 sub b BW). Er zal echter ook met andere omstandigheden rekening gehouden moeten worden, zodat vernietigbaarheid geen automatisme is.
Zie Hof Amsterdam (OK) 8 september 2008, JOR 2009/127 m.nt. Josephus Jitta (e-Traction), r.o. 3.10.
Hof Amsterdam (OK) 30 oktober 2013, JOR 2013/337 m.nt. Josephus Jitta (Novero),r.o. 3.27.
Zie par. 17.6.4.
Zie par. par. 13.3.4.
Zie voor een samenvatting van de literatuur op dit punt de conclusie van AG Timmerman bij HR 23 maart 2012, NJ 2012/393 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2012/141 m.nt. Josephus Jitta en Barkhuysen (e-Traction-II). Zie over de beschikkingsbevoegdheid van de eigenaar Jansen en Struyken Vermogensrecht, aant. 42 bij art. 3:84 lid 3 BW, Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I, nr. 135 en Struyken (Diss.), par. 7.8.3.
Anders Te Winkel en Van de Graaff, par. 3, maar zie ook par. 5.
Zie bijvoorbeeld par. 13.5.6.1 en 13.5.6.5.
Zie hierover hoofdstuk 10.
Zie par. 4.4.3 en 4.5.3.
Zie par. 7.4.
Art. 2:195 lid 3 BW jo. art. 3:83 BW.
Art. 2:195 lid 3 BW, art. 2:197 lid 1 BW en art. 2:198 lid 1 BW.
Zie Jansen en Struyken Vermogensrecht, aant. 42 bij art. 3:84 lid 3 BW, Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I, nr. 135, en Struyken (Diss.), par. 7.8.3. Aan de voorwaarden die art. 7:423 BW stelt aan een privatieve last is niet voldaan, nu geen sprake is van een lastgevingsovereenkomst en de oorspronkelijke aandeelhouder niet bevoegd is om de aandelen over te dragen tegen de wil van de tijdelijke beheerder.
Zie par. 10.4.3.
Ten aanzien van de uitoefening van de aan de aandelen verbonden bevoegdheden bestaat een onderscheid tussen wat de tijdelijke beheerder kan en wat hij mag.1 Er is namelijk geen sprake van een nietigheid, indien de tijdelijke beheerder iets doet wat niet mag (meer formeel geformuleerd: een bevoegdheid in strijd met de beheeropdracht uitoefent). Ook is (het resultaat van) de uitoefening van een bevoegdheid niet vernietigbaar op de enkele grond dat in strijd is gehandeld met de beheeropdracht.2 Dat de beheeropdracht is geschonden is wel een omstandigheid die meeweegt bij de beoordeling van de vernietigbaarheid van een rechtshandeling.3
In deze paragraaf wordt besproken wat de tijdelijke beheerder kan. In par. 17.6.3 wat hij op grond van de beheeropdracht mag.
In haar e-Traction-4 en Novero-beschikkingen5 overwoog de ondernemingskamer dat aan de tijdelijke beheerder alle bevoegdheden toekomen die aan de overgedragen aandelen zijn verbonden (in de wet en statuten). Die overweging sluit aan bij het feit dat de aandelen in het kader van de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening worden overgedragen.6
Tot de aan de aandelen verbonden bevoegdheden behoren onder meer: (i) het stemrecht, (ii) instemmingsrechten,7 (iii) het voorkeursrecht bij de uitgifte van aandelen, (iv) rechten uit hoofde van blokkeringsregelingen en (v) beschikkingsbevoegdheid (zie verder op in deze paragraaf).8
Daarnaast heeft de tijdelijke beheerder in geval van winstuitkeringen recht om deze te ontvangen.9 Met instemming van de tijdelijke beheerder mogen deze wel rechtstreeks aan de oorspronkelijke aandeelhouder worden betaald door de vennootschap.
De wet biedt slechts beperkte ruimte om de aan de aandelen verbonden bevoegdheden te beperken.10 Het aan banden leggen van de bevoegdheden die aan aandelen zijn verbonden bij wijze van (onmiddellijke) voorziening, of het regelen van de gevolgen daarvan, zal meestal alleen mogelijk zijn in die gevallen waarin van dwingend recht kan worden afgeweken. Daarvan kan worden afgeweken bij het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen, indien het gaat om een regel die geldt tussen de rechtspersoon en de bij zijn organisatie betrokkenen en het toepassen van die regel in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.11 Daarbij zal de ratio van de regel van dwingend recht moeten worden betrokken.12 Indien de desbetreffende regel zijn oorsprong in het EU-recht heeft, gelden aanvullende eisen.13
Aandelen in een BV kunnen in de statuten niet-overdraagbaar worden gemaakt,14 dus ook door middel van tijdelijk afwijken van de statuten. Op de zelfde manier kan het onmogelijk worden gemaakt om daarop een vruchtgebruik en pandrecht te vestigen.15 Bij de NV kan alleen de verpanding van aandelen op naam worden voorkomen door middel van tijdelijk afwijken van de statuten.16 De overdraagbaarheid kan niet worden uitgesloten.
Blijft over de vraag of de goederenrechtelijke beschikkingsbevoegdheid kan worden beperkt. deze bevoegdheid is onderdeel van het eigendomsrecht en valt niet uit te sluiten of af te splitsen.17 Mijns inziens biedt art. 2:8 lid 2 BW geen ruimte om van die vermogensrechtelijke regel af te wijken bij het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen.18 De reikwijdte van de regels ten aanzien van beschikkingsbevoegdheid, en de verwachtingen die dienaangaande in het handelsverkeer bestaan, is breder dan de rechtspersoon en de bij zijn organisatie betrokkenen.