Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie
Einde inhoudsopgave
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/4.4.2:4.4.2 De voeging ad informandum
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/4.4.2
4.4.2 De voeging ad informandum
Documentgegevens:
Dr. W. Geelhoed LL.M., datum 19-09-2013
- Datum
19-09-2013
- Auteur
Dr. W. Geelhoed LL.M.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 15 juni 1982, NJ 1983, 216.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer een verdachte meerdere delicten heeft begaan kan een strafvervolging voor al die feiten een grote hoeveelheid werk veroorzaken voor zowel het om als de rechterlijke macht en de verdediging. Zeker wanneer ingewikkelde tenlasteleggingen worden uitgebracht als gevolg van de complexiteit van de gepleegde feiten of van het materiële strafrecht, zou het wenselijk zijn het strafproces te richten op één of enkele feiten en de rest van de feiten, die een minder ernstig verwijt inhouden of moeilijker bewijsbaar zijn, achterwege te laten. Daarop zou een onvoorwaardelijk sepot kunnen worden volgen, maar het is ook mogelijk ze toch ter kennis van de rechter te brengen, door ze ad informandum bij het dossier te voegen. Met ad informandum gevoegde zaken mag de rechter in zijn strafoplegging rekening houden, zij het dat de straf niet uit mag gaan boven het maximum dat op de bewezen feiten gesteld is. De straf is daarmee formeel gegrond op het bewezenverklaarde feit, maar is materieel mede tot stand gekomen doordat de rechter kennis heeft gekregen van andere feiten die door de verdachte zijn begaan.
Om tot voeging ad informandum over te kunnen gaan moet wel voldaan zijn aan de eis van haalbaarheid van een veroordeling. Het om mag geen feiten ad informandum voegen waarvan het zelf niet overtuigd is dat de rechter daarvoor zou veroordelen, als ze op de gebruikelijke manier voor de rechter zouden worden gebracht. De rechter beoordeelt de ad informandum gevoegde feiten ook niet volledig, maar volstaat met een summiere kennisname. Bovendien moet er door de verdachte een bekentenis zijn afgelegd. Als hij ter terechtzitting de ad informandum gevoegde feiten ontkent, kan het om voor die feiten alsnog een vervolging instellen zonder daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard.1