Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.6.3
5.6.3 Toets
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708350:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Neijt 2019, p. 73.
HR 10 mei 1985, NJ 1985/793 (Brink/Curatoren THB), r.o. 3.2.2.
Vergelijk de conclusie van A-G Hammerstein voor HR 20 december 2013, NJ 2014/152 (Zalco), par. 7.7.
De curator heeft die beleidsvrijheid als hij niet is gebonden aan regels, HR 16 december 2011, NJ 2012/515 (Prakke/Gips), r.o. 3.4.2.
Conclusie A-G Huydecoper voor HR 21 januari 2005, NJ 2005/249 (Jomed I), par. 64-66.
Zie hierover van mijn hand De Kloe, MvO 2020, afl. 1/2.
Conclusie A-G Timmerman voor HR 19 april 2013, RvdW 2013/598, par. 3.4.
Van Galen & De Clerck 2020, p. 230.
HR 13 december 2019, NJ 2020/108, r.o. 3.1.3 en 3.1.4.
Zie hierover ook paragraaf 5.5.2. Het lijkt erop dat ook Engberts deze mening is toegedaan in B.J. Engberts, annotatie onder HR 13 december 2019, TvI 2020/19. Anders: Van Galen & De Clerck 2020, p. 233 (‘De procedure van artikel 69 Fw is immers ook onderdeel van het toezicht door de rechter-commissaris als bedoeld in artikel 64 Fw.’) Genuanceerder is Verstijlen in F.M.J. Verstijlen, annotatie onder HR 13 december 2019, NJ 2020/108, par. 4, waar hij schrijft dat de beoordeling van een artikel 69-verzoek ‘ook een soort toezicht’ is. In de Groene Serie schrijft Verstijlen: ‘Het is nog onduidelijk of deze toetsingsmaatstaf ook geldt in het kader van art. 69.’ Zie Verstijlen, GS Faillissementswet, art. 69 Fw, aant. 15 (actueel t/m 30 december 2021).
Van Galen & De Clerck 2020, p. 236.
De rechter-commissaris en de rechtbank moeten het beleid van de curator aan de hand van open normen1 in volle omvang toetsen.2 Zij moeten dus dezelfde (belangen)afwegingen maken die ook door de curator gemaakt moeten worden.3 Daarbij mag wel rekening worden gehouden met de beleidsvrijheid die de curator toekomt.4 De curator is immers – in de woorden van A-G Huydecoper – de eerstverantwoordelijke voor het te voeren beleid.5 Daarmee is niet gezegd dat een artikel 69-verzoek niet kan worden toegewezen als de curator binnen de hem toekomende beleidsvrijheid is gebleven. Pas dan is persoonlijke aansprakelijkheid van de curator mogelijk aan de orde,6 maar de toetsing die uitgevoerd moet worden is een andere dan de toetsing die aan de orde is bij de beoordeling van persoonlijke aansprakelijkheid van de curator.7
De toetsing in volle omvang betekent volgens Van Galen en De Clerck dat niet alleen getoetst moet worden op de rechtmatigheid van het beleid van de curator, maar ook op doelmatigheid.8 Dit sluit aan op de stelling van Verstijlen dat er ook grond kan zijn voor het geven van een bevel als de curator binnen zijn beleidsvrijheid is gebleven. De toetsing moet zich dus niet beperken tot de vraag of het beleid van de curator is gebaseerd op een standpunt dat ‘niet van elke redelijke grond ontbloot is.’9 Ik kan mij daarin vinden. Naar mijn mening moet de rechter-commissaris het beleid van de curator niet alleen op rechtmatigheid en doelmatigheid toetsen, maar het beleid moet worden getoetst aan alle aspecten van het evenredigheidsbeginsel zoals dat is uitgewerkt in hoofdstuk 3.3.2. Niet alleen de rechter-commissaris moet op deze wijze toetsen, maar ook de rechtbank in hoger beroep. Dat de rechtbank de uitoefening van de toezichthoudende taak van de rechter-commissaris terughoudend moet toetsen10 maakt dit niet anders, omdat het beoordelen van een artikel 69-verzoek mijns inziens primair de uitoefening van de rechtsprekende taak en niet de toezichthoudende taak van de rechter-commissaris betreft.11 Daar komt bij dat het vanwege de mogelijk eerdere betrokkenheid van de rechter-commissaris bij het beleid van de curator van belang is dat het oordeel van de rechter-commissaris niet terughoudend wordt getoetst door de rechtbank.12