De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/3.1:3.1 Instructies voorafgaand aan de zitting
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/3.1
3.1 Instructies voorafgaand aan de zitting
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS372691:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het aantal van 23 is lager dan de optelling van de frequenties uit de rijen 4 en 7 omdat in sommige tussenvonnissen over beide aspecten iets werd gezegd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het beleid van de Rechtbank Utrecht en ‘s-Hertogenbosch verschilt wat betreft de informatievoorziening voorafgaand aan de zitting. In Utrecht wordt gewerkt met een standaardvonnis waarin de comparitie na antwoord wordt gelast waarbij (kort) de doelen daarvan worden aangegeven. In ‘s-Hertogenbosch kan de desbetreffende rechter aan het standaardvonnis zaakspecifieke instructies toevoegen om de informatievoorziening in deze fase reeds te stroomlijnen. In tabel 5 staat een overzicht van de zaakspecifieke instructies die in de 75 onderzochte zaken in ‘s-Hertogenbosch feitelijk gegeven zijn.
Twee elementen uit de tabel zijn voor partijen en advocaten van belang zodat zij weten over welke aspecten van de zaak de rechter nog met hen wil praten: de stukken die de rechter nog ter zitting of daaraan voorafgaand wil ontvangen (nummer 4) en de onderwerpen waarover de rechter op de zitting nog informatie wil krijgen van partijen en advocaten (nummer 7). Als er zaakspecifieke instructie plaatsvindt over deze twee onderwerpen heeft dat meestal betrekking op het eerste onderwerp (nummer 4). In totaal is in 23 tussenvonnissen (30.7%) van de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch iets over één van deze twee aspecten vermeld1 Van erg veel zaakspecifieke instructie was er bij de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch dus geen sprake. Dit is in lijn met de conclusies van Eshuis (2007) en Verschoof (2004) dat er bij comparities na antwoord door rechtbanken maar relatief weinig wordt geïnstrueerd.
Het tussenvonnis bevatte informatie over...
Abs
%
1.de mogelijkheid dat de rechter een voorlopig oordeel zal geven
73
97.3
2.de mogelijkheid voor eiser om een conclusie van antwoord in reconventie te nemen
25
33.3
3.de mogelijkheid dat de rechter een mondeling tussenvonnis op de zitting zal wijzen
24
32.0
4.stukken die partijen/advocaten voorafgaand aan de zitting naar de rechtbank moeten sturen of moeten meebrengen naar de zitting
21
28.0
5.de mogelijkheid dat mediabon besproken zal worden
19
25.3
6.de mogelijkheid dat de noodzakelijkheid van een deskundigenonderzoek zal worden besproken tijdens de zitting
12
16.0
7.onderwerpen waarover de rechter op de zitting nog informatie wil krijgen van partijen/advocaten
4
5.3
8.Anders
2
2.6