Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/7.2.1:7.2.1 Inleiding
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/7.2.1
7.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS456412:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf bespreek ik de kwalificatie van de boerka door de (mede-) wetgever. Ter verduidelijking begin ik deze paragraaf met een kort overzicht van de wetsvoorstellen die de boerka wilden verbieden (7.2.2). Vervolgens behandel ik in 7.2.3 de motieven voor het dragen van de boerka in de zienswijze van de verschillende indieners. In deze subparagraaf bespreek ik de visie van de indieners aan de hand van het rapport ‘Overwegingen bij een boerkaverbod’. Dit rapport van een aantal deskundigen (juristen en wetenschappers) werd uitgebracht op verzoek van kabinet-Balkenende II nadat in 2005 de eerste parlementaire discussie begon over een ‘boerkaverbod’. Het gaat in op de wenselijkheid van een verbod op het dragen van gelaatsbedekkende kleding. Het rapport is een bespreking waard aangezien het in de parlementaire behandeling een belangrijke rol heeft gespeeld. De opvattingen van deskundigen over de betekenis van de boerka zijn terughoudend. Deze terughoudende opstelling komt voort uit het leerstuk van interpretatieve terughoudendheid. Om die reden zijn de deskundigen voorstander van een subjectiverende kwalificatiewijze. Welke wijze van kwalificeren staan de indieners van de verschillende voorstellen voor? Op deze vraag ga ik in 7.2.4 nader in. Aansluitend zal ik in 7.2.5 de verhouding bespreken tussen de kwalificatie in de wetsvoorstellen van de boerka als godsdienstige uiting en de kwalificatie van andere vormen van gelaatsbedekkende kleding. Tot slot komt in 7.2.6 de legitimatie voor de wijzen van kwalificeren zoals die naar voren komen in de verschillende wetsvoorstellen aan de orde.