Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/6.4:6.4 Conclusie
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/6.4
6.4 Conclusie
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197410:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het heffen en invorderen van belastingen, alsmede het opleggen van fiscale boeten, draagt direct of indirect bij aan de algemene middelen van de Staat en is daarom in uitgangspunt in het algemeen belang, aangenomen dat de algemene middelen besteed worden aan beleidsdoelen die in het algemeen belang geacht kunnen worden te zijn. Alleen sociaal-economische wetgeving, met name belastingwetgeving, die ‘manifestly devoid of any reasonable basis’ is, zal niet voldoen aan de voorwaarde van een legitimate aim. In een beperkt aantal belastingzaken heeft het EHRM de legitimate aim van belastingwetgeving in twijfel getrokken, maar alleen in Joubert v. France heeft hij daadwerkelijk geoordeeld dat een legitimate aim ontbrak. Er kan echter aan worden getwijfeld of het EHRM het in deze zaak bij het rechte eind had. Bovendien is het de vraag of het wel om een belastingzaak gaat, nu de zaak evenals de zaken Agurdino en Pressos Compania ging over het met terugwerkende kracht wetgeverlijk ingrijpen in gerechtelijke procedures. Het EHRM en nationale rechters die een aantasting van eigendom door belastingheffing toetsen aan artikel 1 Eerste Protocol, doen er verstandig aan om het te laten aankomen op de fair balance-toets, waardoor rekening kan worden gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval. Op die manier blijft de rechter meer op afstand van de politiek gevoelige vraag of (belasting) wetgeving wel een doel in het algemeen belang heeft.