Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.7:9.4.7 Arbitrage en voorlopige bewijsverrichtingen voor de overheidsrechter
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.7
9.4.7 Arbitrage en voorlopige bewijsverrichtingen voor de overheidsrechter
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582347:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Wieten 2008, p. 85.
Hierbij vindt art. 187 lid 1 Rv toepassing alsof geen overeenkomst tot arbitrage van kracht is. Zie art. 1022 lid 3 Rv. Zie ook Rb. Rotterdam 1 mei 1991, NJ 1991, 737(Kleinjan/Droogendijk).
Zie Wieten 2008, p. 85; Hof Arnhem 19 februari 1974, NJ 1974, 493(Tesser); Rb. 's-Hertogenbosch 7 december 1988, NJ 1989, 329(Stork Brabant/Rhode Island c.s.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het voorlopig getuigenverhoor, het voorlopig deskundigenbericht en de voorlopige descente moeten betrekking hebben op een zaak die voor de burgerlijke rechter aanhangig zal worden gemaakt of op een geding dat voor de burgerlijke rechter wordt gevoerd.1 Hoe zit het nu met een geschil, waarbij mededingingsrechtelijke aspecten een rol spelen, dat is onderworpen aan arbitrage? Kan een voorlopige bewijsverrichting worden verzocht aan de overheidsrechter, terwijl het geschil zelf aan zijn bevoegdheid is onttrokken?2 Hierbij wordt in artikel 1022 lid 3 Rv een onderscheid gemaakt tussen de situatie dat arbiters reeds zijn benoemd en de situatie dat arbiters nog niet zijn benoemd.
Ingeval arbiters nog niet zijn benoemd, belet een overeenkomst van arbitrage niet dat een partij de overheidsrechter verzoekt een voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenbericht of een voorlopige plaatsopneming en bezichtiging te bevelen, mede op grond van het feit dat in dit stadium nog onzeker is of inderdaad een procedure voor arbiters gevoerd zal gaan worden.3 Zijn arbiters reeds wel benoemd dan ligt dit anders. In een geval waarbij een arbitrale procedure aanhangig was gemaakt na het indienen van het voorlopig getuigenverhoor, maar voordat daarop daadwerkelijk was beslist, werd geoordeeld dat de voorlopige bewijsverrichting voor de overheidsrechter bleef toegestaan. De wederpartij zou anders naar eigen goeddunken de verzoeker in zijn recht kunnen frustreren, wat in strijd zou zijn met de goede procesorde.4 Deze uitspraak werd gedaan voor de invoering van het derde lid van artikel1022 Rv. Nu met het derde lid van artikel1022 Rv volgens de MvT is aangesloten bij de jurisprudentie (vooral over getuigenverhoren waarbij over het algemeen voorlopige maatregelen mogelijk worden geacht ondanks een arbitraal beding) denk ik dat deze uitspraak nog steeds stand zal blijven houden.