Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/5.1
5.1 Inleiding en opbouw
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183512:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor dit onderscheid tussen ad hoc coassurantie en pooling ook Europe Economics 2016a, p. 7: ‘(…) pools are set up to cover a multitude of risks from multiple policyholders that fall within a specific risk category, whereas ad hoc agreements are established to cover an individual client’s specific risk’ en in hetzelfde rapport op p. 25: ‘ad hoc coinsurance agreements, which are arrangements comprising multiple undertakings but are set up to cover a specific risk under bespoke customer needs’. Zie tevens hoofdstuk 4, par. 4.3. In hoofdstuk 5 van dit boek behandel ik de mededingingsaspecten van coassurantiepools.
In dit hoofdstuk onderzoek ik de mededingingsaspecten van de sluiting of totstandkoming van een verzekeringsovereenkomst bij de zogenoemde ad hoccoassurantie. Het ‘ad hoc’-aspect ziet erop dat meerdere verzekeraars met elkaar een specifiek risico verzekeren. Ad hoc coassurantie moet worden onderscheiden van de verzekering in coassurantiepools waarbij sprake is van een groep verzekeraars die op basis van tevoren besproken voorwaarden risico’s verzekeren.1 In de kern gaat het om het plaatsen van een bepaald (groot-zakelijk) risico door een makelaar in opdracht van de verzekeringnemer bij meerdere verzekeraars die ieder voor een bepaald gedeelte op dat risico inschrijven. De vraag die in dit hoofdstuk centraal staat, is in hoeverre er spanning bestaat tussen het sluiten van een verzekering in coassurantie en het mededingingsrecht. Indien kan worden geconstateerd dat op bepaalde onderdelen van het sluitingsproces spanning bestaat of kan ontstaan met het mededingingsrecht is het vervolgens de vraag hoe een beoordeling daarvan onder het mededingingsrecht zal luiden.
Dit hoofdstuk is als volgt gestructureerd. Eerst geef ik in par. 5.2 een algemene beschrijving van de totstandkoming van een verzekering in coassurantie. In deze paragraaf zijn eveneens (delen van) de resultaten verwerkt van het praktijkonderzoek. Daaropvolgend bespreek ik in par. 5.3 de voor het sluitingsproces relevante zelfregulering. In par. 5.4 maak ik de (tussen)balans op. Vervolgens toets ik in par. 5.5 de praktijk van geharmoniseerde premies aan het kartelverbod. Ik maak bij de toepassing van het kartelverbod een onderscheid tussen de eigenlijke mededingingsbeperking(en) in de zin van artikel 101 lid 1 van het Werkingsverdrag en de mogelijke rechtvaardiging daarvan in het licht van artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag. Het gaat in dit hoofdstuk primair om de toetsing van horizontale overeenkomsten tussen ondernemingen aan het kartelverbod. Verticale vormen van samenwerking tussen ondernemingen, die zien op samenwerking tussen ondernemingen die elk in een verschillend stadium van de productie- of distributieketen werkzaam zijn en die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder de partijen bepaalde goederen of diensten kunnen kopen, verkopen of leveren, laat ik hier buiten beschouwing. In par. 5.6 bespreek ik het risico op interactie tussen de bieders in het biedproces bij coassurantie door aanbesteding. Par. 5.7 bevat de conclusie.