Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/34.4
34.4 Een blik naar de toekomst
prof. mr. H. Battjes, mr. dr. A.M. Reneman, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. H. Battjes, mr. dr. A.M. Reneman
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, Regeerakkoord 2017-2021, Vertrouwen in de Toekomst, p. 52.
Ibidem.
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU, 13 juli 2016, COM(2016) 467 final (hierna het voorstel voor een Procedureverordening).
Art. 42 lid 4 van het voorstel voor een Procedureverordening.
ABRvS 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2669.
ABRvS 22 november 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BC1774; ABRvS 6 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BS1677 en ABRvS 21 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:35.
HvJ EU 25 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:584 (Alheto), AB 2018/368, m.nt. Reneman.
Er hangen nog diverse zaken over de omvang en intensiteit van de rechterlijke toets in asielzaken van diverse Oost-Europese rechters. Mogelijk nuanceert het HvJ EU zijn overwegingen daarin. Zie HvJEU Zaak C-556/17 (Torubarov), Zaak C-113/17 (QJ), Zaak C-652/16, (Ahmedbekova).
Gezien de huidige politieke discussie rond migratie, is de kans groot dat procedurele waarborgen en (toegang tot) rechtsmiddelen voor vreemdelingen verder wordt beperkt. Het kabinet wil de rechtsbijstand in asielzaken beperken en de procedure in opvolgende aanvragen verder uitkleden door asielzoekers niet langer standaard te horen.1 Het kabinet streeft ernaar om de ‘nationale koppen op Europese wet- en regelgeving te schrappen’2 en zet daarnaast op Europees niveau in op aanpassing van Europese regelgeving aan de Nederlandse wensen3.
Op Europees niveau werkt men namelijk aan nieuwe regelgeving op het gebied van asiel. De Procedurerichtlijn zal worden omgezet in een Procedureverordening.4 Deze verordening zou opnieuw kunnen leiden tot wijzigingen in het asielrecht, die mogelijk doorwerken in het algemeen bestuursrecht. Zo mag de beslisautoriteit (in ons geval de IND) volgens het voorstel een asielaanvraag alleen inhoudelijk beoordelen als er sprake is van nieuwe elementen of bevindingen en het niet de schuld van de asielzoeker is dat deze niet in de eerdere asielprocedure naar voren zijn gebracht.5 Alleen wanneer het onredelijk wordt geacht om niet met deze elementen of bevindingen rekening te houden, kan de beslisautoriteit dan nog afzien van niet-ontvankelijk verklaren. Zal dit ook het einde betekenen van de discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan onder artikel 4:6 Awb?
Daarnaast zijn er uitspraken van het Hof van Justitie (op komst) die mogelijk grote gevolgen hebben voor de rechterlijke toetsing in asielzaken. De Afdeling stelde in 2017 prejudiciële vragen over de omvang van de ex nunc rechterlijke toetsing in asielzaken.6 Volgens de Afdeling mogen de rechtbanken geen nieuwe asielmotieven (zoals een bekering) meenemen in het beroep.7 Het is mogelijk dat het HvJ EU oordeelt dat de rechtbanken nieuwe asielmotieven mogen of zelfs moeten beoordelen, met of zonder toepassing van een bestuurlijke lus. Belangrijker nog is dat het HvJ EU in de recente uitspraak in Alheto heeft geoordeeld dat asielrechters zelfstandig aspecten van een asielaanvraag moeten beoordelen, aspecten dus waar het bestuursorgaan geen aandacht aan heeft besteed in het besluit.8 Het is de vraag wat dit betekent voor de Nederlandse praktijk. Het is niet uitgesloten dat de bestuursrechter los van het besluit en de gronden van beroep onderzoek moet doen naar, en een oordeel moet vellen over, bijvoorbeeld, de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Hiermee zou de rol van de asielrechter (nog) verder af komen te staan van wat in het algemeen bestuursrecht gebruikelijk is. 9