Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.1
6.5.1 Inleiding
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186786:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de gevolgen van oneigenlijke achterstellingen bij faillissement van de schuldenaar de hoofdstukken zeven e.v.
Zie ook A. van Hees 1989, p. 128 en Spinath 2005, p. 18. Vgl. verder HR 20 maart 2015, JOR 2015/140 (Nationalisatie SNS), r.o. 4.34.4 en Hof Arnhem-Leeuwarden 8 maart 2016, JOR 2016/173 (Thielen q.q./SKS & Buitentuin) inclusief mijn annotatie onder 6.
Voor zover eenzijdige rechtshandelingen verbintenissen kunnen scheppen kan de junior zelfs met een eenzijdige rechtshandeling zijn vordering achterstellen door verbintenissen aan te gaan. Vgl. Asser/Sieburgh 6-I 2016/8, Asser/Sieburgh 6-III 2018/102 & 171, TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 87 en 949, MvA II, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 89 en 957, Rapport aan de Koninging, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 953, artt. 6:160 en 6:253 BW en Spierings 2016, p. 1, 220, 344, 361 en 364.
Zie de LMA-documentatie en Fransis 2017, p. 383.
329. De gevolgen van een oneigenlijke achterstelling kunnen worden afgeleid uit de hiervoor uiteengezette kwalificaties. Hoewel de kwalificatie van een verbintenis onder tijdsbepaling en een verbintenis onder opschortende voorwaarde sterk verschillen komen de gevolgen van een tijdsbepaling en een voorwaarde grotendeels overeen. Die gevolgen vallen grotendeels samen doordat zowel opschortende voorwaarden als opschortende tijdsbepalingen vorm geven aan de verbintenis en de nakoming daarvan beletten totdat de voorwaarde of tijdsbepaling is vervuld. Daarom worden die hierna gezamenlijk behandeld. Waar relevant komen ook de gevolgen van verbintenissen tussen de schuldeisers aan bod.
De derdenwerking van tijdsbepalingen en voorwaarden bepaalt de verhouding van senioren en niet-betrokken schuldeisers tot een oneigenlijke achterstelling. Daarom is die derdenwerking relevant om de verdere gevolgen van oneigenlijke achterstellingen te bepalen. Die derdenwerking komt hierna eerst aan bod.
Net als in hoofdstuk vijf ligt in dit hoofdstuk de nadruk op gevallen waarin de schuldenaar niet failliet is.1 Ook de behandelde onderwerpen stemmen grotendeels overeen met hoofdstuk vijf.
Anders dan in hoofdstuk vijf is hier weinig aandacht voor zuivere intercreditor achterstellingen. Waar het oneigenlijke achterstellingen betreft ligt dat betrekkelijk eenvoudig. Een opschortende voorwaarde en een tijdsbepaling bepalen de verbintenis tussen de juniorschuldeiser en de schuldenaar nader. Meer specifiek beperken voorwaarden en tijdsbepalingen de rechten die de juniorschuldeiser tegen de schuldenaar kan uitoefenen. Daarom kunnen die alleen overeengekomen worden in een overeenkomst waarbij de schuldenaar partij is.2 Onderlinge verbintenissen tussen de schuldeisers kunnen daarentegen wel tot stand komen zonder betrokkenheid van de schuldenaar.3 Een overeenkomst van achterstelling waar de schuldenaar niet bij is betrokken kan dus wel de hierna beschreven gevolgen van onderlinge verbintenissen tussen de schuldeisers hebben, maar niet de gevolgen van een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling.
330. Bij de bepaling van de gevolgen van een achterstellingsovereenkomst in een concreet geval moet steeds in het hoog worden gehouden dat de achterstelling alleen gevolgen heeft voor de daadwerkelijk achtergestelde vorderingen. In de praktijk wordt bijvoorbeeld in gevallen waarin de junior een achtergestelde lening verstrekt regelmatig wel de vordering tot terugbetaling van de hoofdsom achtergesteld, maar niet de periodiek opkomende vorderingen tot betaling van rente en/of aflossing. De betalingen op die vorderingen worden wel ‘permitted payments’ genoemd.4 De vorderingen tot betaling van rente en/of aflossing zijn dan onvoorwaardelijk en steeds opeisbaar zodra de relevante periode aanbreekt of is gepasseerd.5 De achterstelling beïnvloedt de omgang met die vorderingen niet omdat die alleen is verbonden aan de vordering tot terugbetaling van de hoofdsom.