Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.2.3.2
6.2.3.2 Controle van de Commissie
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zo constateert ook Van Mourik ten opzichte van de controle van het parlement van de Europese besluitvorming. Van Mourik 2012, p. 187.
Zie bijvoorbeeld de kabinetsreactie op de publicaties van de Commissie aan de start van het Europees Semester 2016 (Kamerstukken II 2015/16, 21 201-20, nr. 1064).
Zie bijvoorbeeld het Nationaal Hervormingsprogramma 2016 (Bijlage bij Kamerstukken II 2015/16, 21 501-07, nr. 1351).
Zie bijvoorbeeld de kabinetsreactie op de landenspecifieke aanbevelingen van de Commissie van mei 2016 (Kamerstukken II 2015/16, 20 501-20, nr. 1125).
In 2013 en 2014 gaf het kabinet hier een reactie op tegelijk met de reactie op de jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismeverslag (Kamerstukken I 2013/14, CVII, nr. A en Kamerstukken I 2014/14, CXII, nr. A). In 2015 en 2016 lijkt het erop dat er geen kabinetsreactie is verschenen op de opinie van de Commissie op het Ontwerpbegrotingsplan voor 2016 en 2017.
Dit betrof de jaren 2012, 2013 en 2014. In 2012 en 2013 werden de technische briefings georganiseerd door de ambtenaren van de Commissie en ambtenaren van het Ministerie van Economische Zaken en andere departementsambtenaren. In 2014 werd de technische briefing georganiseerd door de European Semester Officer.
Zo hebben de commissies Financiën, Europese Zaken en Economische Zaken in december 2015 de door de Commissie uitgebrachte rapporten in november 2015 en de kabinetsreactie daarop besproken. Zie https://www.eerstekamer.nl/eu/thema/europees_semester_2016.
Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de EU bij de Verdragen.
Zie brochure Europese besluitvorming in de Tweede Kamer: https://www.tweedekamer.nl/sites/default/files/atoms/files/brochure_europese_besluitvorming.pdf
Zie Europese werkwijze Eerste Kamer: https://www.eerstekamer.nl/eu/thema/europese_werkwijze_van_de_eerste.
De politieke dialoog is ingesteld in 2006 om de parlementaire en democratische legitimatie van de EU te vergroten. Zie de conclusies van de Europese Raad: https://www.consilium.europa.eu/ueDocs/cms_Data/docs/pressData/en/ec/90111.pdf. Zie verder paragraaf 4.3.7.1, m.n. voetnoot 552. Sinds de eurocrisis is de politieke dialoog uitgebreid zodat ook het Europees economisch bestuur er onder valt.
Artikel 7 lid 3 Verordening (EU) 473/2013.
Artikel 11 lid 2 Verordening (EU) 473/2013.
Zie ook de aanbeveling van de rapporteur Europees Semester 2013, Kamerstukken II 2013/13, 33 574, nr. 3, p. 6 en Wensveen 2013.
Zowel in februari 2012 als in juni 2013 heeft een openbaar gesprek plaatsgevonden tussen verschillende vaste Kamercommissies en de toenmalige Eurocommissaris voor Economische en Monetaire zaken Rehn over het Europees Semester en de landenspecifieke aanbevelingen. Zie o.a.: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2013D23062&did=2013D23062. Aanleiding voor deze overleggen waren de landenspecifieke aanbevelingen in het kader van de buitensporige tekortprocedure. In januari 2015 heeft zowel de commissie voor Europese Zaken als de commissie voor Financiën gesproken met de huidige Commissaris voor de Euro en de Sociale Dialoog Dombrovskis. Zie o.a.: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015D50612.
Zie het verslag van de rapporteur Europees Semester 2013, Kamerstukken II 2013/14, 33 574, nr. 3, p. 6 en het verslag van de rapporteur Europees Semester 2014, Kamerstukken II 2013/14, 33 574, nr. 6, p. 9. Zie verder Mastenbroek e.a., p. iii, Beun 2014, p. 44 en 45 en Van Mourik 2012, p. 65.
Zie de plannen in het kader van de uitvoering van de eerste fase van het Five Presidents’ report (COM(2015) 600 final).
Hoewel met name in de Tweede Kamer het zwaartepunt ligt op de controle en verantwoording van de ministers in de Raad, is het lastig om in dit late stadium de besluitvorming in Europees verband te beïnvloeden.1 De besluitvorming in Europees verband in het Europees economisch bestuur concentreert zich immers grotendeels in de fase voorafgaand aan de uiteindelijke besluitvorming in de Raad, namelijk bij de Commissie. Door deze trechterwerking is het van belang dat het parlement ook betrokken is bij de besluitvorming in de Commissiefase, zodat het parlement nog kan interveniëren voordat de formele besluitvorming in de Raad plaatsvindt.
De Commissierapporten gaan in de regel gepaard met een kabinetsreactie. Dat geldt in ieder geval voor het jaarlijkse pakket aan documenten gepresenteerd door de Commissie aan het begin van het Europees Semester. Dat zijn de jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismeverslag en sinds kort ook de aanbevelingen voor de eurozone als geheel.2 In het Nationaal Hervormingsprogramma is de kabinetsreactie op het landrapport opgenomen.3 Daarnaast ontvangen de Kamers een kabinetsreactie op de landenspecifieke aanbevelingen opgesteld door de Commissie.4 De opinie van de Commissie over het Ontwerpbegrotingsplan is daarentegen niet altijd voorzien van een kabinetsreactie.5
Als gevolg van de werkwijze bij de controle op de Europese besluitvorming in de Tweede Kamer worden de Commissierapporten niet integraal besproken, maar worden deze besproken in het algemeen overleg waar deze rapporten op de Raadsagenda staan. Dit geldt voor de jaarlijkse groeianalyse, het waarschuwingsmechanismeverslag, de landenspecifieke aanbevelingen en de opinie over het Ontwerpbegrotingsplan. Dit betekent dat de Commissierapporten niet integraal worden behandeld, maar op deelterreinen, namelijk voor zover deze rapporten betrekking hebben op het werkterrein van de betreffende Kamercommissie. Wel heeft er in de laatste jaren meermaals in de Tweede Kamer voor enkele Kamercommissies een besloten technische briefing plaatsgevonden over de rapporten gepresenteerd door de Commissie aan het begin van het Europees Semester.6 In de Eerste Kamer wordt, mede aan de hand van de kabinetsreactie, in sommige gevallen wel integraal gesproken over de Commissierapporten door de betrokken Kamercommissies.7
Naast de kabinetsreactie kan het parlement kennis nemen van de Commissierapporten. De Commissie zendt alle rapporten en mededelingen direct naar zowel de Eerste als de Tweede Kamer.8 In dat geval dienen de Kamers zelf te beoordelen of de rapporten aanleiding vormen voor behandeling in een vaste Kamercommissie dan wel leiden tot het stellen van vragen aan de regering. In de Tweede Kamer is het de EU-staf die de Kamercommissies voorziet van adviezen over Europese voorstellen en belangrijke Europese ontwikkelingen aan Tweede Kamerleden en fractiemedewerkers signaleert.9 In de Eerste Kamer beoordelen de Kamercommissies aan de hand van de Commissievoorstellen welke voorstellen zij willen behandelen en op welke manier.10
Tussen de Commissie en het nationale parlement bestaat geen directe verantwoordingsrelatie. Wel kan het parlement de Commissie door middel van de politieke dialoog11 schriftelijke vragen stellen en Commissarissen uitnodigen in het nationale parlement. In het kader van het Europees economisch bestuur, specifiek met betrekking tot de aanbeveling van de Commissie over de ontwerpbegroting12 en de aanbeveling bij de dreiging dat de termijn voor het corrigeren van het buitensporige tekort niet wordt gehaald,13 is dit gecodificeerd in het Two Pack. Waar het parlement dit nodig acht, kan het dus de directe dialoog met de Commissie opzoeken, of de regering aanzetten om in Europees verband te interveniëren.14
In het kader van het Europees Semester is er meerdere malen een eurocommissaris in de Tweede Kamer geweest, vooral in het kader van de landenspecifieke aanbevelingen.15 Zowel in de Tweede Kamer als daarbuiten wordt de directe dialoog met de Commissie en de (persoonlijke) contacten met de Commissie in een vroege fase in het besluitvormingsproces gezien als middel om effectief invloed uit te kunnen oefenen op de uiteindelijke besluitvorming.16 Ook de Commissie heeft zich uitgesproken voor een efficiëntere dialoog met de nationale parlementen. Deze zou met name moeten plaatsvinden in het licht van de landenspecifieke aanbevelingen en in het kader van de jaarlijkse nationale begrotingsprocedures.17