Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.8.1:9.3.8.1 Wettelijke omschrijving
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.8.1
9.3.8.1 Wettelijke omschrijving
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS606607:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Loonbelasting / Artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen
Loonbelasting / Inhoudingsplichtige
Loonbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ministeriële regeling van 12 december 2006, nr. DB 2006-658M, Stcrt. 2006, 251.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De dga is in art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 omschreven als een werknemer van een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, waarin die werknemer samen met de met hem verbonden personen voor ten minste een derde gedeelte van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is. Hierbij worden de partner in de zin van art. 1.2 Wet IB, alsmede bloed- of aanverwanten in de rechte lijn beschouwd als ‘verbonden personen’.
Volgens de toelichting van de Staatssecretaris van Financiën is in art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 de grens gesteld op het bezit van een derde van het geplaatste aandelenkapitaal, omdat dan aannemelijk is dat de aandeelhouder een belangrijke zeggenschap heeft in de vennootschap.1 Eerlijk gezegd ben ik niet overtuigd van deze redenering. In feite komt hiermee het bestaansrecht van de 5%-grens voor de aanmerkelijkbelangregeling onder druk te staan. De redenering onderschrijft wel de in paragraaf 9.3.1 genoemde suggestie van Meussen om de ondergrens voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling van art. 12a Wet LB 1964 te stellen op ‘ten minste een derde gedeelte belang’ in het geplaatste kapitaal van een vennootschap.