Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/17.6.2.4
17.6.2.4 Omvang van de restitutieverplichting
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS408021:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 11.8.1.2.Als er causaal verband bestaat tussen de uitkering en het faillissement, is het goed mogelijk dat de schade die de vennootschap en/of haar crediteuren daardoor hebben geleden hoger is dan het bedrag van de uitkering. Nu dat deel van de schade niet op grond van art. 2:216 lid 3 BW van de aandeelhouders kan worden gevorderd, zal de curator tegen de aandeelhouders moeten ageren op grond van art. 2:248 lid 7 BW of de onrechtmatige daad.134
Zie over art. 2:248 lid 7 BW par. 17.7 hierna en over de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad hoofdstuk 19.
Op grond van art. 2:216 lid 3 BW kunnen aandeelhouders die niet te goeder trouw een ongeoorloofde uitkering hebben ontvangen, worden aangesproken tot “vergoeding van het tekort dat door de uitkering is ontstaan, ieder voor ten hoogste het bedrag of de waarde van de door hem ontvangen uitkering, met de wettelijke rente vanaf de dag van de uitkering”. De aansprakelijkheid van de aandeelhouder bedraagt dus maximaal het bedrag van de door hem ontvangen uitkering. Dit betekent dat bij een uitkering aan meerdere aandeelhouders, alle ontvangers moeten worden aangesproken om het gehele bedrag van de uitkering te doen terugkeren in het vennootschapsvermogen. Anders dan in Duitsland zijn de aandeelhouders niet verbonden voor dat deel van de uitkering dat niet kan worden teruggevorderd van hun medeaandeelhouders.1 Het risico dat verhaal op één of meerdere aandeelhouders niet mogelijk blijkt, komt daarom in beginsel voor rekening van de vennootschap en haar crediteuren.
Als er causaal verband bestaat tussen de uitkering en het faillissement, is het goed mogelijk dat de schade die de vennootschap en/of haar crediteuren daardoor hebben geleden hoger is dan het bedrag van de uitkering. Nu dat deel van de schade niet op grond van art. 2:216 lid 3 BW van de aandeelhouders kan worden gevorderd, zal de curator tegen de aandeelhouders moeten ageren op grond van art. 2:248 lid 7 BW of de onrechtmatige daad.2