Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.I.C
C. REGISTRATIE- EN ZEGELWET
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS479851:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
K.B. van 30 juli 1906, nr. 75.
Aldus J.T. de Smidt, ‘Vier eeuwen overdrachtsbelasting?’, p. 158. Zie tevens Bijlagen bij Kamerstukken II 1863/1864, 47e vel, p. 186, waaruit blijkt dat het belang van de Rijksfinanciën door de jaren heen op de voorgrond heeft gestaan Afschaffing van de registratiebelasting is daarom nimmer een optie geweest
Ontleend aan: Fiscale Encyclopedie De Vakstudie Belastingen van rechtsverkeer, aant. 2.5 bij: Wet op belastingen van rechtsverkeer, artikel 1
Wet van 22 maart 1917, Stb. 243.
Wet van 22 maart 1917, Stb. 244.
Enkele voorbeelden: het recht van overdracht (artikel 27-24 Rw 1917), het kapitaalsrecht (artikel 46-54), vaste registratierechten (art 61), het formaatzegel (art 23-33 Zw 1917), het zegelrecht van jachtakten (art 41 lid 1 ) en het huurzegel (art 56-59). Zie voor een volledig overzicht van de diverse zegelrechten Kamerstukken II 1969/1970, 10560, nr. 3, p. 11. Aan de Zegelwet zal in het vervolg van dit onderzoek geen nadere aandacht worden besteed.
Zie tevens P.J.A. Adriani, ‘De ontwikkeling van successie-, registratie- en zegelbelasting, Weekblad voor fiscaal recht, 1961/4536, herdruk’, in: Tributen aan het recht, Deventer: Kluwer 1971, p. 215.
Zie in dit kader uitgebreid H.C Ittman, De Registratiewet 1917, Arnhem: Gouda Quint 1927.
De voorloper van de per 1 januari 2006 afgeschafte kapitaalsbelasting. Zie tevens onderdeel D hierna.
Zie tevens Kamerstukken II 1969/1970, 10560, nr. 3, p. 11.
Zie tevens A. De Leeuw, De agrarische ruilverkaveling, p. 125 en 312.
Na de eeuwwisseling veranderde dit. Het Kamerlid Treub hield op 31 december 1905 een redevoering in de Tweede Kamer over de noodzaak tot wijziging van de bestaande wetgeving. Deze redevoering had tot gevolg dat bij Koninklijk Besluit van 30 juli 19061 een staatscommissie werd ingesteld, die onder meer tot taak had een herziening van de wetgeving op de registratiebelasting voor te bereiden, zonder daarbij de belangen van ‘s Rijks schatkist uit het oog te verliezen.2 In mei 1913 verscheen het (eerste) verslag van deze commissie. In dit rapport is onder meer het volgende te lezen:
“De registratierechten behoren tot de verkeersbelastingen, als een belasting op rechtshandelingen treffen zij het rechtsverkeer.”3
In oktober van datzelfde jaar diende (inmiddels minister) Treub een ontwerp van wet in betreffende de grondslagen van het stelsel van ‘s rijksbelastingen. In dat stelsel werd onder de kop ‘verkeersbelastingen’ de registratiebelasting (het registratierecht) opgenomen als belasting op het rechtsverkeer. Het wetsvoorstel werd ingetrokken, maar veel heffingsontwerpen, waaronder het wetsvoorstel inzake het registratierecht, bleven gehandhaafd. Mede door de nood van de schatkist heeft laatstgenoemd wetsvoorstel geleid tot de Registratiewet 19174 en de Zegelwet 1917.5 Deze twee wetten bevatten een complex van indirecte belastingen, die gemeen hadden dat zij het rechtsverkeer als aanknopingspunt namen. De wetten waren een lappendeken van allerlei verschillende (evenredige) registratie- en zegelrechten, 6 Met de inwerkingtreding van de Registratiewet 1917 is voorgoed afscheid genomen van de Franse Frimairewet.7
De Registratiewet 1917 regelde enerzijds de formaliteit van de registratie en anderzijds de registratiebelasting.8 Op basis van de wet werden de volgende vier registratiebelastingen geheven:
overdrachtsrechten (artikel 27 e, v.) verschuldigd op de akten, houdende overdracht onder bezwarende titel van onroerende zaken, binnen het Rijk gelegen of gevestigd. Het tarief bedroeg 2, 5%;
recht op het geplaatste kapitaal van naamlooze vennootschappen en daarmede gelijkgestelde vennootschappen en vereenigingen (artikel 46 e.v.);9
recht op openbare verkoopingen van roerende zaken (artikel 55 e.v.);
vaste rechten (artikel 61 e.v.).10
De Registratiewet 1917 heeft, met een aantal wijzigingen, gegolden tot het jaar 1970. De Ruilverkavelingswetten uit 1924, 1938 en 1954 vielen derhalve alle onder het regime van de Registratiewet 1917. In deze achtereenvolgende wetten is telkens een vrijstelling van zegel- en registratierecht opgenomen voor alle stukken, opgemaakt in het kader van een ruilverkaveling.
Zo bepaalde artikel 89 van de Ruilverkavelingswet 1924:
“Alle stukken, opgemaakt ingevolge deze wet, zijn vrij van zegel en van het evenredig recht van registratie. De medewerking van den hypotheekbewaarder bij de uitvoering dezer wet geschiedt kosteloos.”
De introductie van de ruilverkaveling bij overeenkomst in de Ruilverkavelingswet 1938 leidde ertoe dat ook alle stukken, opgemaakt in het kader van een ruilverkaveling bij overeenkomst, vrijgesteld waren van zegel- en registratierecht. Artikel 112 van de Ruilverkavelingwet 1938, bevatte namelijk dezelfde tekst betreffende vrijstelling van zegel- en registratierecht als haar voorganger, de Ruilverkavelingswet 1924.
Haar opvolger, artikel 128 van de Ruilverkavelingswet 1954, luidde woordelijk nagenoeg gelijk aan artikel 112 Ruilverkavelingwet 1938:
“1. Alle stukken, opgemaakt ingevolge deze titel, zijn vrij van zegel en van het evenredig recht van registratie.
2. De medewerking van de hypotheekbewaarder bij de uitvoering van deze titel geschiedt kosteloos.”11
Vanaf de oorsprong van de ruilverkaveling heeft er dus steeds een vrijstelling voor registratie- en zegelrecht gegolden voor alle stukken, opgemaakt in het kader van de diverse landinrichtingsinstrumenten. De ratio van deze vrijstelling zal hierna in hoofdstuk II, onderdeel C.2 nader worden onderzocht.
De diverse registratie- en overdrachtsrechten werden volgens een eigen techniek en op geheel verschillende wijze geheven, waardoor de wetten onwerkbaar waren geworden. In de loop der jaren nam het aantal rechtshandelingen met betrekking tot onroerend goed steeds verder toe, zodat men de noodzaak van wijziging van het bestaande stelsel steeds duidelijker begon te voelen.