Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.5.8.1:2.5.8.1 Vrijwaringsplicht
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.5.8.1
2.5.8.1 Vrijwaringsplicht
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS592106:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Duitse Freistellungsanspruch (ook wel Befreiungsanspruch genoemd)1 schept de verplichting dat schuldenaren zorg dragen voor hun nakoming aan de debiteur. Hierbij moet iedere schuldenaar zijn deel nakomen aan de schuldeiser zodat er geen noodzaak ontstaat voor regres. Naar het Nederlandse recht zou een overeenkomstige plicht vorm krijgen met behulp van de redelijkheid en billijkheid in de zin van art. 6:2 BW. Schuldenaren moeten elkaar niet onnodig opzadelen met de risico’s en de kosten die het voorschieten van andermans aandeel met zich meebrengt.
Een voorbeeld: A en B zijn hoofdelijke schuldenaren van C en zijn onderling draagplichtig voor gelijke delen. C spreekt A aan tot nakoming, B heeft hier weet van, maar voldoet zijn aandeel in de schuld niet. A heeft genoeg geld om zijn eigen schuld te voldoen, maar onvoldoende middelen om de gehele hoofdelijke schuld te betalen. Met als gevolg dat A een lening afsluit en zekerheden verleent aan de bank. De kosten die het afsluiten van de geldlening met zich meebrengen zou A in mijn opinie volledig moet kunnen verhalen op B. Wel is vereist dat de medeschuldenaren elkaar kennen en op de hoogte zijn van elkaars aandeel in de schuld. Anders kan een medeschuldenaar het verwijt niet worden gemaakt dat hij de belangen van een andere schuldenaar schaadt. Ingeval de medeschuldenaren niet bekend zijn met elkaar en bovenstaande kosten ontstaan, dan moet de betreffende schuldenaar deze kosten zelf dragen.2
Bij een toerekenbaar tekortkomen van de vrijwaringsplicht kan een veroordeling tot het vergoeden van de kosten en schade die ten laste zijn gekomen van andere medeschuldenaren volgen. Dikwijls zal de vrijwaringsplicht uit hoofde van art. 6:2 BW samenloop hebben met de vrijwaringsplicht die voortkomt uit de rechtsverhouding tussen de medeschuldenaren. Hoewel art. 6:10 lid 3 BW schuldenaren toestaat om in redelijkheid gemaakte kosten op elkaar te verhalen, valt de schade wegens het schenden van de vrijwaringplicht hier niet onder. Hierbij wordt deze schade volledig verhaald op de schuldenaar die zich hieraan schuldig heeft gemaakt. Het betreft dus geen verdeling naar evenredigheid van het gedeelte van de schuld die een schuldenaar aangaat.3