De beursvennootschap, corporate governance en strategie
Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/8.2:8.2 Historische ontwikkeling van de machtsverhoudingen tussen bestuur en AV (hoofdstuk 2)
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/8.2
8.2 Historische ontwikkeling van de machtsverhoudingen tussen bestuur en AV (hoofdstuk 2)
Documentgegevens:
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232638:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), opgericht in 1602, kan gezien worden als de voorloper van de huidige NV. Alle inwoners van de Republiek der Zeven Provinciën mochten participeren in de VOC, haar aandelen werden op de beurs verhandeld, en zij werd zo de eerste vennootschap met een wijdverspreid kapitaalbezit. De VOC is ontstaan uit het verlangen om omvangrijke financiering bijeen te brengen die nodig was voor de overzeese handel. Ondanks dat de participatie door aandeelhouders essentieel was voor de financiering van de VOC, hadden zij in de beginjaren weinig invloed op de organisatie. Dat veranderde pas bij de octrooiverlenging in 1622, mede na kritiek op de bestuurders. Aandeelhouders werden hierna betrokken bij de controle van de financiën, bepaalde beleidsmatige zaken en de benoeming van bestuurders. Ook kregen zij dividendrechten. Toch bleven hun rechten, ook naar huidige maatstaven, tamelijk beperkt. Gedurende de 17e en 18e eeuw bleef men in (wat nu heet) Nederland en daarbuiten verschillende compagnieën oprichten. Vanaf het einde van de 18e eeuw werden compagnieën enkel nog opgericht met een winstoogmerk, waar zij in de 17e eeuw nog voornamelijk een publiekrechtelijke overheidstaak hadden.
In 1811 werd in het huidige Nederland, inmiddels onderdeel van het Franse Keizerrijk, de Code de Commerce van kracht. Onder deze wet kon men hier te lande een société anonyme (SA) oprichten. De SA was een hoofdzakelijk contractuele rechtsvorm. Bestuurders waren lasthebbers van de aandeelhouders, die bevoegdheden delegeerden aan het bestuur. Het bestuur was hiërarchisch ondergeschikt aan de aandeelhouders. De Code de Commerce werd in 1838 vervangen door het Wetboek van Koophandel, dat conceptueel geschoeid was op de Franse leest. Als uitgangspunt werd de vennootschap gezien als contractuele samenwerking tussen vennoten waarbij het bestuur als agent voor de aandeelhouders fungeerde. Wel kreeg de kapitaalvennootschap meer kenmerken van de huidige NV. Zij had een kapitaal verdeeld in aandelen op naam of aan toonder en aandeelhouders waren niet verder aansprakelijk dan voor het bedrag van hun aandelen. De NV werd bestuurd door bestuurders, die hun taken behoorlijk moesten uitvoeren, al dan niet onder toezicht van commissarissen. Eens per jaar kregen de aandeelhouders inzage in de financiën.
Het fundament van het huidige NV-recht werd ingevoerd in 1929. De NV werd inmiddels gezien als een rechtspersoon. De AV was de “hoogste macht” binnen de NV. Ieder jaar diende een AV te worden opgeroepen en aandeelhouders kregen het convocatierecht. De AV was in beginsel bevoegd bestuurders en commissarissen te benoemen, te schorsen en te ontslaan. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog onderging de NV, gestuwd door een opgaande economie, belangrijke veranderingen. Zij ontwikkelde zich tot een sociaal-maatschappelijke organisatie, in plaats van louter kapitaalsvereniging, met het bestuur aan het hoofd, de aandeelhouders op afstand en een grotere rol voor werknemers. De NV was niet langer een contractuele samenwerking, maar een zelfstandig instituut, gericht op haar eigen vennootschappelijk belang. Er was niet langer sprake van een hiërarchische ordening tussen de organen van de NV.
De voorgaande ontwikkelingen leidden tot verschillende wetsvoorstellen die in de jaren 1970 culmineerden in een wetgevingsgolf die leidde tot een ingrijpende vermaatschappelijking van de onderneming. Samen met de toenemende toepassing van oligarchische regelingen en beschermingsconstructies, resulteerden deze ontwikkelingen halverwege de jaren 1980 in een vergaande ontmanteling van de macht van aandeelhouders bij beursvennootschappen. Inmiddels was er al een kentering gaande. De internationale economie was onder druk komen te staan, waardoor het debat zich niet langer toespitste op een sociale verdeling van de welvaart, maar op bedrijfseconomische gedachten om ondernemingen (en daarmee de economie) uit het slop te trekken. Er werd ingezet op deregulering en marktwerking. Beursvennootschappen haalden kapitaal op door middel van emissies aan (met name Amerikaanse en Engelse) institutionele beleggers. Door deze ontwikkelingen klonk een steeds luidere roep om een versteviging van aandeelhoudersrechten. Die roep vond nog meer weerklank toen aan het begin van de jaren 2000 enkele grote boekhoudschandalen aan het licht kwamen. Tegen deze achtergrond werden in 2004 belangrijke aandeelhoudersrechten ingevoerd, zoals het agenderingsrecht en het goedkeuringsrecht bij bepaalde belangrijke bestuursbesluiten.
Pas na de laatste financiële crisis, en met name de laatste jaren lijken er weer regelingen te worden ingevoerd of voorgesteld die zich meer richten op de bestuursvrijheid en op verantwoording en transparantie door aandeelhouders. Dit past binnen de aanhoudende golfbeweging waaraan de machtsverhouding tussen het bestuur en de AV door de jaren heen onderhevig is, en die door vele maatschappelijke, sociale en economische ontwikkelingen wordt beïnvloed.