Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/3.3.1:3.3.1 Verklaringen als kenbron van de werkelijkheid
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/3.3.1
3.3.1 Verklaringen als kenbron van de werkelijkheid
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek wordt de getuigenverklaring primair bezien als instrument voor waarheidsvinding, anders gezegd: als kenbron van de werkelijkheid. Aan verklaringen als kenbron van de werkelijkheid wordt met name vanuit de epistemologische literatuur veel aandacht besteed (vooral met het oog op de vraag onder welke omstandigheden daaraan gerechtvaardigd geloof mag worden gehecht). Er is echter discussie over de vraag of de verklaring geldt als zelfstandige kenbron. In het debat hierover is een tweetal stromingen te onderscheiden, te weten het reductionisme en het non-reductionisme. In beide stromingen wordt erkend dat mensen voor wat betreft hetgeen zij (menen te) weten, sterk afhankelijk zijn van wat door anderen wordt verteld en wordt geaccepteerd dat er gevallen zijn waarin zij mogen vertrouwen op verklaringen van anderen. De aanhangers van de beide stromingen verschillen echter van mening over de vraag waardoor en hoe deze afhankelijkheid van verklaringen wordt gerechtvaardigd.
Reductionisten menen dat welke kennis de verklaring ook biedt, deze uiteindelijk dient te worden herleid tot meer fundamentele bronnen van kennis, namelijk de waarnemingen van een individu, het geheugen en de gevolgtrekkingen daaruit (inductive inference).1 Verklaringen zijn dus geen zelfstandige bron van kennis, maar moeten rusten op andere fundamentele (of meer traditionele) bronnen van kennis. Non-reductionisten daarentegen stellen dat de verklaring niet alleen anders is dan andere bronnen van kennis of gerechtvaardigd geloof, maar tevens daarvan onafhankelijk is. De verklaring is in die benadering niet louter te reduceren tot waarneming, geheugen en rede, maar een zelfstandige bron van kennis.2
In de strafprocessuele context overheerst het (gematigd) reductionisme. Dat wil zeggen dat wordt verlangd dat verklaringen zijn terug te voeren op de eigen waarneming of op gevolgtrekkingen uit waarnemingen (onderzoek). In veel rechtsstelsels geldt de eis dat alleen verklaringen gebaseerd op eigen waarneming bruikbaar zijn voor de bewijsbeslissing en getuigen zoveel mogelijk hun ‘redenen van wetenschap’ moeten opgeven.3 Dat wil zeggen dat zij moeten aangeven waarop zij hun beweringen baseren.