Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.5.4.1
2.5.4.1 Beschikkingsbevoegdheid en beschikkingsbevoegde
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS585711:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Struycken 2007, p. 575/576; Hijma & Olthof 2014/114.
Art. 3:186 BW. In 2.3.7.3 kwam aan de orde dat dit onder omstandigheden tevens een daad van beheer kan zijn.
Perrick 2016, nr. 24.
Groefsema 1993, p. 116. Aldus ook Vzr. Rb. Gelderland 10 oktober 2016,ECLI:NL:RBGEL:2016:5851.
Kortmann 1994, p. 221 neigt ertoe om deze bevoegdheid buiten de beschikkingsbevoegdheid te situeren.
Nemo plus juris ad alium transferre potest quam ipse habet (niemand kan een groter recht overdragen dan hij heeft).
Over contractueel verleende beschikkingsbevoegdheid aan een niet-rechthebbende, zie: Groefsema 1993, p. 22-27 en 59-68; Meijer 1999, p. 192-201; Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/135 en 136; en Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/234. HR 14 januari 2011, JOR 2012/34, NJ 2012/88(Mesdag en Koekkoek).
Bij beschikkingsbevoegdheid gaat het om de bevoegdheid een goed te vervreemden of te bezwaren.1 Deze bevoegdheid berust in de regel bij de rechthebbende op het goed. In uitzonderingsgevallen berust zij bij een ander, zoals een faillissementscurator of een executerend schuldeiser. Levering door een beschikkingsonbevoegde leidt niet tot een geldige overdracht; de beoogd verkrijger wordt niet rechthebbende, tenzij hij beroep kan doen op een derdenbeschermingsbepaling.2 Onder beschikken valt de levering die nodig is om een gemeenschappelijk goed dat aan een deelgenoot is toegedeeld, op hem te doen overgaan.3 Ook het uitoefenen van een wilsrecht (zoals een calloptie),4 en het doen van afstand van een vorderingsrecht,5 zijn beschikkingshandelingen. Groefsema verdedigt dat als een schuldeiser een ander heeft gemachtigd om zijn vordering op eigen naam te innen, de aan die ander toekomende inningsbevoegdheid een vorm van beschikkingsbevoegdheid is.6 Of dit laatste juist is, kan hier in het midden blijven.7
De beschikkingsbevoegde heeft een eigen recht om op eigen naam over een goed te beschikken. Hierin onderscheidt hij zich van de vertegenwoordiger. Die laatste heeft wel een eigen recht, maar dat strekt ertoe om op andermans naam te handelen. Als de beschikkingsbevoegdheid berust op een daartoe strekkende machtiging van de eigenaar, dan leidt het beschikkingsonbevoegd worden van laatstgenoemde (bijvoorbeeld bij faillissement van de eigenaar) tevens tot beschikkingsonbevoegdheid van de ander. Dit volgt uit de nemo-plus regel.8
Wordt gezegd dat de beschikkingsbevoegdheid in de regel berust bij de rechthebbende op het goed, dan wordt met ‘rechthebbende’ gedoeld op de eigenaar. Ons huidige BW reserveert het woord eigendom voor zaken. Onder het oude BW (tot 1992) werd ook bij vermogensrechten gesproken over eigendom en eigenaar. Gemakshalve hanteer ik die terminologie hier in de oude betekenis. Behoudens bijzondere omstandigheden is eigenaar degene die beschikkingsbevoegd is en in wiens vermogen het goed valt. In een aantal gevallen is niet de eigenaar maar een ander beschikkingsbevoegd. Ik noemde al de faillissementscurator en de executerend schuldeiser. Een ander voorbeeld betreft de tussenpersoon die middels een privatieve last (art. 7:423 BW) tot beschikken is gemachtigd. Het kan voorkomen dat naast de eigenaar nóg iemand beschikkingsbevoegd is. Dit is het geval als de eigenaar van een schilderij aan een kunsthandelaar een niet-privatieve last verleent om het schilderij op eigen naam te vervreemden.9