Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/2.2.3.5:2.2.3.5 Conclusie
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/2.2.3.5
2.2.3.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180184:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J. Rutgers, Openlegging en overlegging van boekhouding (diss. Groningen), Zwolle: Uitgevers-maatschappij W.E.J. Tjeenk Willink 1949, p. 19.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verplichting tot het voeren van een boekhouding bleef ook na de wetswijziging van 1935 algemeen van aard. Het werd aan degene op wie de verplichting tot het voeren van een boekhouding rustte, overgelaten op welke wijze hij aan deze wettelijke verplichting invulling gaf.1 Bij de beoordeling of aan de boekhoudverplichting van artikel 6 lid 1 WvK is voldaan, spelen de aard en de omvang van de door het bedrijf uitgeoefende werkzaamheden een belangrijke rol. De beperking in de omvang van de boekhoudplicht tot hetgeen naar de eisen van zijn bedrijf noodzakelijk is, is in de huidige civielrechtelijke administratieplicht nog steeds een kernelement.