Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.9:3.9 Slotopmerkingen
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.9
3.9 Slotopmerkingen
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS436750:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Uitgebreid over art. 15 Vo-Iffibis, hoofdstuk 6 (i.h.b. par. 6.6. e.v.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De nieuwe grondslagen die sinds 1 januari 2002 gelden voor de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter, blijken in bepaalde gevallen te ruim — art. 3 sub a, art. 4 lid 2 Rv — en in andere gevallen juist te eng — art. 4 lid 3 sub a Rv —. Het Nederlandse forum non conveniens-leerstuk heeft in de nieuwe rechtsmachtregeling een minder prominente plaats gekregen dan het vroeger had. Voor 1 januari 2002 gold de forum non conveniens-regel van art. 429c Rv oud in beginsel voor alle verzoek-schriftprocedures. Na 1 januari 2002 is het Nederlandse forum non conveniens-leerstuk teruggebracht tot een bijzonder correctief dat slechts geldt voor het nevenverzoek tot gezag en omgangsrecht met betrekking tot kinderen in het kader van echtscheidingsprocedures (art. 4 lid 3 sub b Rv). Deze open bevoegdheidsnorm kan op gespannen voet komen te staan met het in het jurisdictierecht zo hoog gehouden beginsel van rechtszekerheid. Het tast de voorspelbaarheid van rechtsmacht aan. Dat neemt echter niet weg dat een forum non conveniens-discretie toch is gerechtvaardigd in verband met het belang van het kind. Forum non conveniens stelt de Nederlandse rechter in staat om de uitoefening van rechtsmacht af te stemmen op het belang van het kind.
Met het specifieke, op het belang van het kind geënte forum non conveniens in art. 4 lid 3 sub b Rv loopt het Nederlandse commune recht in de pas met internationale regelingen. Een geheel eigen forum non conveniens-mechanisme is voor procedures inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid te vinden in art. 15 van de Verordening Brussel Ilbis (vgl. art. 8 en 9 HKbV 1996). De regeling in de verordening verschilt echter wezenlijk van art. 4 lid 3 sub b Rv. Art. 15 Vo-BIlbis bevat een gedetailleerde regeling en beschrijft uitvoerig in welke gevallen, door welke gerechten van EUlidstaten, ten gunste van welke buitenlandse gerechten en volgens welke procedure een verwijzing op grond van forum non conveniens mogelijk is. Niet uit te sluiten is dat de Nederlandse rechter zich bij de toepassing van art. 4 lid 3 sub b Rv laat inspireren door dit flexibiliteitsmechanisme uit de Verordening Brussel lIbis.1
In de nieuwe Nederlandse rechtsmachtregeling heeft forum non conveniens plaats gemaakt voor een algemene Nederlandse variant van forum conveniens. Voor beide fora is van belang de mate waarin de zaak met de rechtssfeer van Nederland aanknopingspunten heeft. Er is echter één wezenlijk verschil. Forum non conveniens ontneemt rechtsmacht, terwijl forum conveniens juist rechtsmacht schept. Met andere woorden, forum non conveniens en forum conveniens zijn elkaars spiegelbeelden. Een algemene forum conveniens-regel is te vinden in art. 3 sub c Rv. Deze bepaling verklaart de Nederlandse rechter in verzoekschriftzaken bevoegd, indien 'de zaak anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is.' Een speciale forum conveniens-regel is te vinden in art. 5 Rv. Ondanks de gewone verblijfplaats van het kind in het buitenland verklaart de Nederlandse rechter zich in zelfstandige zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd, indien hij zich 'in een uitzonderlijk geval, wegens de verbondenheid van de zaak met de rechtssfeer van Nederland, in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen.'