Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.4.2.2
19.4.2.2 Grensoverschrijdende informatieuitwisseling en samenwerking; globalisering
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492389:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Rchtlijn 2011/16/EU.
Richtlijn 2014/107/EU. Bij wet van 23 december 2015 (Wet uitvoering Common Reporting Standard, Stb. 2015, 537) zijn de verplichtingen uit deze Richtlijn omgezet in Nederlandse regelgeving middels wijziging van (onder meer) de WIB. Zie V-N 2016/4.5.1.
Zie onder meer Van der Hel-van Dijk/Kamerling 2002 en nadien Schenk-Geers 2007, p. 123 e.v.
Van der Hel-van Dijk 2011. Zie ook Roose 2012.
Zie hierover Van Koningsveld 2013, p. 182 e.v.
Zie voor Nederland de brief van de staatssecretaris van Financiën van 26 oktober 2011 (Kamerstukken II 2011/12, 25 087, nr. 28).
Zie hierover De Wilde 2016.
Zie over het CCTB-voorstel van de Europese Commissie V-N 2016/65.10.
Zie nader Van Eijsden 2015 en meer recent Besluit Stc. Fin. van 14 januari 2016, nr. DGBel/2016/48 (Leidraad FATCA/CRS), V-N 2016/13.6.
Zie nader Vakstudie Ned. Int. Belastingrecht, aant. 1.10 bij ‘Verdrag Nederland-Verenigde Staten verbetering belastingnaleving’.
Hierbij teken ik aan dat de toenemende beschikbaarheid van informatie buiten burgers om, in voorkomende gevallen ook juist meer (aanvullende) vragen zal kunnen oproepen. Vgl. de KBLux-affaire: de door de Belgische autoriteiten uitgewisselde informatie (microfiches met rekeninggegevens van Nederlandse rekeninghouders) leidde tot veel vragenbrieven aan belastingplichtigen.
Burgers en bedrijven, producten en diensten gaan de grenzen over. Vanwege deze internationalisering van het economische leven, neemt de behoefte van de Belastingdienst aan grensoverschrijdende informatie toe. Enkel nationale oplossingen voor de bestrijding van belastingfraude en -ontwijking zijn ontoereikend. De dienst werkt daarom meer en vaker samen met andere staten door informatieuitwisseling en andere vormen van wederzijdse bijstand. Binnen EU-verband kan worden gewezen op onder meer de richtlijnen voor de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen1 en de automatische uitwisseling van bank- en andere gegevens2. Ik wijs hier ook op multilaterale controles. Dit zijn gecoördineerde controles bij contribuabelen in twee of meer landen, waarbij voor de belastingautoriteiten sprake is van een gemeenschappelijk of complementair heffingsbelang.3 Van der Hel-van Dijk spreekt de verwachting uit dat het fiscaal toezicht binnen de EU zal harmoniseren, om zo de samenwerking te verbeteren.4
In ruimer verband kan worden gewezen op de met de voormalige belastingparadijzen gesloten overeenkomsten. Deze zogenoemde Tax Information Exchange Agreements (TIEA’s) maken inlichtingenverzoeken van de Belastingdienst aan die paradijzen mogelijk.5
Het belang van de fiscale samenwerking met het buitenland staat ook binnen de OESO hoog op de agenda. Zo worden alle landen onderworpen aan een ‘peer review’, waarin hun regelgeving en uitvoeringspraktijk worden beoordeeld aan de hand van een aantal criteria.6 Inmiddels heeft Zwitserland samen met tientallen OESO- en andere landen een verklaring getekend waarin de uitwisseling van informatie op automatische basis wordt vastgelegd. Verwacht mag worden dat initiatieven zoals het tegengaan van internationale belastingontwijking (Base Erosion Profit Shifting: ‘BEPS’)7 en de gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (Common Corporate Tax Base: ‘CCTB’)8, de internationalisering van het fiscaal toezicht verder doen toenemen.
Ik wijs hier ook op de Foreign Tax Compliance Act (‘FATCA’).9 Deze Amerikaanse wetgeving is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd en verplicht Nederlandse financiële instellingen om al hun (Amerikaanse) cliënten te identificeren en bepaalde gegevens te rapporteren aan de Nederlandse Belastingdienst.10 Deze wetgeving krijgt – als standaard voor automatische gegevensuitwisseling van gegevens van financiële rekeningen – navolging in de EU en daarbuiten, vanwege de door de OESO ontwikkelde Common Reporting Standard (‘CRS’).11
Samen met de toenemende massaliteit van de gegevensopslag en -verwerking zal de toenemende grensoverschrijdende informatieuitwisseling en samenwerking, voorzienbaar tot gevolg hebben dat de Belastingdienst komt te beschikken over een enorme hoeveelheid informatie over burgers. Verwacht mag worden dat de dienst daardoor (veel) minder afhankelijk wordt van de medewerking van burgers aan het fiscaal handhavingstoezicht.12