Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/IV.6.2.a
IV.6.2.a Inleiding
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS377325:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In deze paragraaf gebruik ik — in navolging van de literatuur en de wetsgeschiedenis — de termen `aandeelhouder ten titel van beheer' en 'stichting administratiekantoor' door elkaar. Zie over de materie ook het overzichtsartikel van Van der Sangen (2001), p. 113-117; en Van den Ingh (1991), p. 151 e.v.
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 13, punt i. De minister vond dat ontduiking van de geschillenregeling met behulp van certificering niet kon: 'De geschillenregeling dient immers een doel dat mede tot het behoud van de onderneming van de b.v. strekt en is dan ook in zekere zin als van openbare orde te beschouwen.'
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 15. Zie Van der Burg (1975), p. 336; en Lubbers (1975), p. 127.
Slagter (1976), p. 118; en nogmaals in (1985), p. 128.
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 15. Het voorstel van Slagter werd eveneens bekritiseerd door de Gecombineerde Commissie, zie Rapport Gecombineerde Cie (1978), p. 3.
Los van de motivering, acht ik het wel een goede zaak dat de geschillenregelingrechter niet het bevel tot certificering heeft gekregen. De certificering of overdracht ten titel van beheer zorgt ervoor dat de ruziënde partijen toch met elkaar verbonden blijven. De certificaathouder heeft via het administratiekantoor (of direct indien de certificaten met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven) een relatie met de vennootschap. De gang van zaken rond de dividenduitkering gaat hem aan. De banden tussen de aandeelhouders moeten mijns inziens definitief worden doorgesneden. De aandeelhouder krijgt de waarde van zijn aandelen vergoed, en hij dient voorgoed afscheid te nemen.
De aandeelhouder ten titel van beheer kan ook als eiser of gedaagde in een geschillenregelingprocedure optreden. Deze aandeelhouder — vaak een stichting administratiekantoor — komt in besloten verhoudingen in talloze varianten vooral voor bij familievennootschappen waarin bijvoorbeeld de vader als grondlegger van het bedrijf zijn kinderen (slechts) de certificaten van aandelen geeft. De vader behoudt dan de zeggenschap in de BV, omdat hij nog bestuurder van de stichting administratiekantoor is. Namens de stichting oefent hij het stemrecht op de aandelen uit. Op grond van enkele wettelijke bepalingen zijn de certificaathouders onlosmakelijk verbonden met de aandeelhouder ten titel van beheer.1
Pas in het wetsvoorstel uit 1985 kwam het bijzondere koppel ten tonele. In het ontwerp van de Commissie Vennootschapsrecht uit 1975 en het voorontwerp van wet uit 1981 werd over hen niet gerept. De minister wilde echter voorkomen dat de geschillenregeling een 'onaanvaardbare lacune' zou vertonen en nam een regeling op voor het geval een administratiekantoor eiser in een uitstotings- en gedaagde in een uittredingsprocedure zou zijn.2
Het in de literatuur geopperde idee de geschillenregeling open te stellen voor certificaathouders, sprak de minister niet aan. Omdat de certificaathouders geen stemrecht hadden, doelden de schrijvers niet op geschillen tussen aandeelhouders en certificaathouders, meende hij. Werd een administratiekantoor partij in een procedure, dan voorzag het wetsvoorstel in de consequenties.3 Een suggestie van Slagter om te voorzien in certificering als een door de rechter te bevelen voorziening werd evenmin overgenomen.4 Een bevoegdheid voor de rechter om de aandelen te certificeren, zou hem een te grote vrijheid geven. De aandeelhouder blijft dan de financiële risico's houden maar heeft geen zeggenschap. Volgens de toelichting was het ook niet goed mogelijk een deugdelijk kader voor certificering te scheppen, omdat de materiële inhoud ervan eindeloos kon variëren.5 Los van de vraag of certificering als voorziening in de geschillenregeling wenselijk is, schiet de minister zich mijns inziens met dit laatste argument in zijn eigen voet. In het wetsvoorstel waarin de geschillenregeling was opgenomen, werd namelijk eveneens voorgesteld om bij wijze van definitieve voorziening na gebleken wanbeleid, de OK de bevoegdheid te geven de tijdelijke overdracht ten titel van beheer te bevelen, zie het voorgestelde en ook ingevoerde art. 2:356 sub e BW. De rechter kreeg in hetzelfde wetsvoorstel de bevoegdheid in het enquêterecht die hem bij de geschillenregeling werd onthouden.6