Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.5.5.7:III.5.5.7 Résumé
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.5.5.7
III.5.5.7 Résumé
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460336:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De milieubelastende activiteit zal een andere indeling van milieurelevante eenheden opleveren dan thans het geval is met het inrichtingenbegrip. Door het loslaten van het vereiste van organisatorische binding zal het gevalstype van deeldrijverschap zich vaker voordoen. De normadressaatregeling van de Omgevingswet is – afgezien van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de adressaten – een voortzetting van de huidige regeling onder de Wm en de Wabo. Het begrip ‘drijver’ keert weliswaar niet terug in de Omgevingswet of het Bal, maar het zeggenschapscriterium doet dat wel: de adressaat van algemene regels en vergunningsvoorschriften blijft degene die ‘verantwoordelijk is voor het verrichten van de milieubelastende activiteit’. Daarom blijven de gezichtspunten die geformuleerd zijn in de jurisprudentie rondom het drijversbegrip relevant. Nieuw in de Omgevingswet is de mogelijkheid om een verantwoordelijkheidsverdeling te maken tussen (deel)vergunninghouders. Nog onduidelijk is of 5.37a Ow hiermee een uitzondering vormt op héél artikel 5.37 Ow, waarmee een omgevingsvergunning de facto haar zaaksgebonden karakter verliest, of dat het slechts de mogelijkheid biedt aan deeldrijvers om te ontsnappen aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik heb betoogd dat het laatste de meest wenselijke uitleg is, omdat de eerste uitleg van artikel 5.37a Ow de handhaving van de vergunningsvoorschriften zou kunnen bemoeilijken.