De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/10.3:10.3 Tweede deelvraag: Vereisten
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/10.3
10.3 Tweede deelvraag: Vereisten
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS382363:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 3 is de tweede deelvraag behandeld: Aan welke stelplichten moet de schuldeiser voldoen om een veroordeling tot nakoming te verkrijgen?
Een schuldeiser die nakoming vordert, hoeft slechts te stellen dat een overeenkomst bestaat en dat daaruit een verbintenis voorvloeit. Hij hoeft niet te stellen dat zijn wederpartij niet is nagekomen en hoeft evenmin aan de zwaardere stelplicht te voldoen dat de schuldenaar is tekortgeschoten. Een schuldeiser dient wel te stellen dat de verbintenis die de wederpartij op zich heeft genomen opeisbaar is, dan wel welk belang hij heeft bij een toewijzend vonnis van een nog niet-opeisbare verbintenis. Anders dan voor schadevergoeding en ontbinding is verzuim geen vereiste voor nakoming. Een schuldeiser die nakoming vordert, zal in de praktijk vaak een 'ingebrekestelling' versturen, al is hij in zo'n geval niet gebonden aan de formele vereisten van art. 6:82 lid 1. Indien de schuldeiser nalaat aan zijn wederpartij te communiceren dat hij nakoming verlangt, zal de rechter zijn nakomingsvordering niet afwijzen, maar kan hij de schuldeiser wel in de proceskosten veroordelen als de schuldenaar ter zitting aangeeft bereid te zijn om de prestatie te verrichten. Een niet-consumentkoper die vervanging vordert van een gebrekkige zaak hoeft slechts te stellen dat de verkoper een non-conforme zaak heeft geleverd. Een koper die vervanging vordert, hoeft naar Nederlands recht terecht niet te stellen dat de non-conformiteit voldoende ernstig is om de vervanging te rechtvaardigen (art. 7:21 lid 1 onder c jo. art. 7:17).