Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/3.3.5
3.3.5 Wezenlijke versus ondergeschikte punten; de aard van de beoogde overeenkomst
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS298208:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. IIR 2 februari 2001, NJ 2001, 179. In de casus die aan dit arrest ten grondslag lag onderhandelden partijen over de overname van een dierenartsenpraktijk. De in de koop daarvan geïnteresseerde partij brak naar de mening van zijn wederpartij de onderhandelingen af en de teleurgestelde partij vorderde schadevergoeding wegens het onrechtmatige afbreken van de onderhandelingen, daarbij impliciet stellende dat partijen een stadium waren aanbeland waarin eenzijdig afbreken niet meer vrij stond. De Hoge Raad bepaalde, onder verwijzing naar de door hem geformuleerde regel in het arrest Polak/Zwolsman (to. 3.3.1), dat 'de enkele omstandigheid dat geen overeenkomst over de overname van de dierenartsenpraktijk tot stand is gekomen, niet eraan in de weg staat dat wel overeenstemming is bereikt over de overnameprijs en de wijze van overname?'
Om met de eerste vraag te beginnen: wat als ondergeschikt punt moet worden gekwalificeerd valt in de praktijk lang niet altijd eenduidig vast te stellen. Veel hangt af van de aard van de overeenkomst waarover partijen onderhandelen.1 Ik wees in dit verband bij wijze van voorbeeld al op de koopovereenkomst, waarbij art. 7:4 BW een regeling bevat voor de situatie dat partijen de koopprijs (nog) niet hebben bepaald en op de overeenkomst van opdracht, waarbij uit het bepaalde in art. 7:405 lid 2 BW volgt dat een dergelijke overeenkomst kan bestaan zonder dat men het eens is over het verschuldigde loon. Hieruit volgt dat de koopprijs en het verschuldigde loon kennelijk niet altijd tot de essentialia van een koopovereenkomst en een overeenkomst van opdracht mogen worden gerekend. Toch is ook hier weer nuancering op zijn plaats; het is immers moeilijk voorstelbaar dat een koopovereenkomst tussen twee particulieren met betrekking tot een individueel bepaalde zaak als een woonhuis tot stand komt zonder dat partijen overeenstemming hebben over de prijs. Daarnaast kan, bij wijze van voorbeeld, gewezen worden op garantiebepalingen bij de aanschaf van eenvoudige industrieel vervaardigde producten als kantoorartikelen enerzijds en de garantiebepalingen bij een overeenkomst van koop en verkoop van aandelen anderzijds. De laatstgenoemde garantiebepalingen zullen in de onderhandelingen over de koop en verkoop van aandelen een veel belangrijkere, zo niet wezenlijke, plaats innemen dan de garantiebepalingen met betrekking tot de aanschaf van potloden en linialen, waarover in de praktijk waarschijnlijk in het geheel niet zal worden gesproken; hier zal, naar ik aanneem, het bereiken van overeenstemming over de laagste prijs weer het belangrijkste aspect zijn. Kortom: de aard en het onderwerp van de overeenkomst bepalen beide in belangrijke mate op welke punten minst genomen overeenstemming moet zijn bereikt, wil het hiervoor door de Vznr. Rb. Haarlem onder woorden gebrachte stadium intreden. Of, nog anders gezegd: wat dient te worden verstaan onder het in verband met het onderhavige leerstuk ingeburgerde begrip "essentialia van de overeenkomst" waarover tenminste overeenstemming zou moeten worden bereikt, hangt af van het type overeenkomst over de totstandkoming waarvan wordt onderhandeld (bijv. een arbeidsovereenkomst versus een overeenkomst van opdracht) en het onderwerp daarvan (bij een koopovereenkomst bijv. een woonhuis versus kantoorartikelen).