Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/6.2.2:6.2.2 De bescherming van verkrijgers door een nieuwe wijze van zuivering
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/6.2.2
6.2.2 De bescherming van verkrijgers door een nieuwe wijze van zuivering
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS420762:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder meer te vinden in Grenier 1829, II, p. 506 e.v.
Art. 8.
Art. 9.
Art. 7.
Dalloz, Jurisprudence du XIXe siècle ou Recueil alphabétique des arrêts et déci- Sions des cours de France et des Pays-Bas (1830) XVII, p. 430-1.
Art. 19.
Besson 1891, p. 77; Ourliac & De Malafosse 1957, nr. 341, p. 354.
Art. 35.
Onder meer te vinden in Locré VIII, p. 238.
Blum 1913, p. 159.
Grenier I (1824), p. xii; Blum 1913, p. 140.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aangezien de pogingen om een registerstelsel in te voeren op niets waren uitgelopen, heeft koning Lodewijk XV verkrijgers tegen generale pandrechten beschermd door de zuivering van pandrechten te vergemakkelijken. De procedure van het willige decreet vond hij volgens de considerans ‘longue et simulée, introduite pour suppléer au défaut d’une loi.’1 In de plaats van het willige decreet stelde hij zogenaamde lettres de ratification. In het nieuwe systeem werd de overeenkomst die ten grondslag lag aan de overdracht aangeplakt bij de griffie van de plaats waarin de onroerende zaak was gelegen.2 Schuldeisers die een pandrecht op de zaak hadden, moesten zich melden om te kunnen delen in de verkoopopbrengst.3 Nadat de termijn om pandrechten te melden was verstreken, werd de zaak gezuiverd van alle pandrechten4 en moest de verkrijger de koopprijs betalen5 aan de schuldeisers in volgorde van hun rang.6 Het edict van 1771 beschermde weliswaar derde-verkrijgers tegen nietkenbare pandrechten, maar andere schuldeisers van de vervreemder beschermde het niet. Door het ontbreken van publiciteit bij de vestiging van pandrechten kwamen zij er pas bij executie of na publicatie van de lettres de ratification achter welke rang zij hadden.7
Lodewijk XV bleek overigens geen groot voorstander te zijn van publiciteit van pandrechten, aangezien hij de vestigingswijze van pandrechten in de Franse pays de nantissement wilde afschaffen.8 Dit was tegen het zere been van het parlement van Frans-Vlaanderen, één van de pays de nantissement. Het parlement stelde zich op het standpunt dat het ‘regardait la publicité des hypothèques comme le chef-il’oeuvre de la sagesse, comme le sceau, l’appui et la sûreté des propriétés, comme un droit fondamental dont l’usage avait produit dans tous les temps les plus heureux effets, et avait établi autant de confiance que de facilité dont les affaires que les peuples belges traitent entre eux.’9 Het parlement van Vlaanderen legde het edict naast zich neer.10 Als reactie op deze kritiek heeft de koning het edict van 1771 niet van toepassing verklaard in de pays de nantissement.11