Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/3.5.1:3.5.1 Inleiding
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/3.5.1
3.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111429:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Brownstein 2015; Brandenburg 2016, p. 1218.
Zie hierover meer uitgebreid Brandenburg 2016.
Brandenburg 2016, p. 1218.
Hahn e.a. 2013; Brandenburg 2016, p. 1218.
D’Haenens 2006, p. 137 e.v.
Brandenburg 2016, p. 1219. Er is een stroming die ervan uitgaat dat bewustheid van eigen stereotypes kan leiden tot veranderd gedrag en daarmee dus beïnvloeding van de explicit attitudes. Banaji e.a. 1993, p. 272; Banaji & Hardin 1996, p. 136 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel ik sceptisch ben ten opzichte van de beheersbaarheid van het onbewuste, ben ik wel van mening dat enige vorm van controle en/of beperking van onbewuste processen mogelijk is. In deze paragraaf behandel ik enkele oplossingen die tezamen zouden moeten leiden tot een meer evenwichtige zetelverdeling in de top van het Nederlandse bedrijfsleven.
Onderzoek naar implicit prejudices toont aan dat hoewel men nog zo sterk kan geloven in de overtuiging dat hij of zij zelf streeft naar gelijkheid en gelijkwaardigheid, deze mensen ook geleid kunnen worden door implicit prejudices die afbreuk doen aan hun eigen overtuiging. Komt dit doordat zij worden misleid aangaande hun eigen overtuigingen, of omdat zij de eigen overtuigingen niet openbaar durven te maken, gelet op de mogelijke negatieve sociale consequenties?1 De vraag is of deze discrepantie tussen de eigen wens (kortweg: niet discrimineren) en de implicit prejudice (kortweg: wel discrimineren) weggenomen kan worden. Dit is een vraag naar de vrije wil.2 Uit onderzoek blijkt dat deze implicit attitudes niet volledig controleerbaar zijn: ‘[…] the mechanisms and capacities required for exercising free will are limited.’3 Er is onderzoek dat laat zien dat als men zich bewust is van de eigen implicit attitudes deze bewustheid het effect ervan op het eigen gedrag kan voorspellen. Helaas is het lastig deze invloed in kaart te brengen omdat niet in elke situatie te voorzien is welke invloed de implicit attitudes hebben.4
Dit vraagt om een voorbeeld. Zo toont onderzoek aan dat de meerderheid van mannelijke televisiekijkers van kanaal switchen als een discussieprogramma enkel vrouwelijke gasten heeft. Ze blijven wel kijken als de gasten allemaal man zijn of sprake is van een mix.5 Dit gedrag is naar alle waarschijnlijkheid niet in lijn met de expliciete waarden van sommige van deze kijkers, maar zij hadden waarschijnlijk hun gedrag niet zo voorspeld omdat ze zich niet bewust waren dat hun implicit attitudes ook een impact hebben als zij ‘gewoon tv aan het kijken zijn’. Enkel de wil om de invloed van implicit attitudes te onderdrukken, lijkt onvoldoende. Onderdrukking vergt simpelweg te veel capaciteit van het menselijk brein. Type-1 processing is min of meer onze standaard modus. Type-2 processing is de uitzonderingstoestand omdat type-2 processing veel energie kost. Controle is een type-2 processing en kan dus niet permanent aan staan. Als de enkele ‘wil’ voldoende zou zijn om implicit attitudes te controleren, zou de type-2 processing continu aan moeten staan. Het is immers niet vooraf duidelijk wanneer een implicit attitude invloed heeft. Er is bovendien niet alleen een capaciteitsprobleem, de enkele wil voorkomt ook niet dat implicit biases het eigen oordelen beïnvloeden.6
Absolute controle van implicit (gender) bias is dan ook niet mogelijk. Wel zijn er bepaalde beperkingstechnieken die kunnen bijdragen aan het verminderen van de invloed van implicit gender bias en die daarmee een positieve invloed hebben op het bereiken van een evenwichtige zetelverdeling tussen mannen en vrouwen. Deze beperkingstechnieken zien op: (1) de zoektocht naar kandidaten; (2) de invloed van netwerken; (3) de beeldvorming; (4) het diversiteitsbeleid; (5) de invloed van leiders; en tot slot (6) de invoering van een quotum.