Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.2
10.2. Jurisdictieproblemen en het gevaar van forum shopping
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579974:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Widmer & Maurenbrecher 1997, p. 268; Bomhoff 2004, p. 3.
Concurrentie is een van de hoofddoelen van het Nederlands mededingingsrecht. De oorspronkelijke doelstellingen van het Europees mededingingsrecht zijn kort samen te vatten als het bevorderen van de marktintegratie en de optimale allocatie van productiefactoren. Zie voor een nadere bespreking hoofdstuk 2, § 22.
Jacobs & Deisenhofer 2003, p. 204; Kon & Maxwell 1998, p. 446.
Zie Jacobs & Deisenhofer 2003, p. 204; Kerse & Khan 2005, nr. 1026.
Jacobs & Deisenhofer 2003, p. 204.
Het EEX-Verdrag was tot voorkort alleen in de betrekkingen met Denemarken nog van belang. Denemarken neemt een bijzondere positie in als gevolg van protocol 5 bij het Verdrag van Amsterdam. Denemarken heeft een algemeen voorbehoud gemaakt met betrekking tot op titel IV EG gebaseerde regelingen. Ten gevolge van de verwerping van het Verdrag van Maastricht door de Deense burgers in 1992 is het Koninkrijk Denemarken geen partij bij de aanneming door de Raad van maatregelen uit hoofde van Titel IV EG. Op 19 oktober 2005 heeft de Europese Gemeenschap met het Koninkrijk Denemarken een overeenkomst ondertekend waarin de bepalingen van de onderhavige verordening tot Denemarken worden uitgestrekt. De overeenkomst is namens de Gemeenschap goedgekeurd bij een besluit van de Raad van 27 april 2006, PbEU 2006, L 120. De overeenkomst is in werking getreden op 1 juli 2007, PbEU 2004, L 94.
Jacobs & Deisenhofer 2003, p. 204.
Verordening 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van de bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, PbEG 44 2001, L 174/1; Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken, 's-Gravenhage 18 maart 1970, Trb. 1969, 94 en Trb. 1979, 38.
Jacobs & Deisenhofer 2003, p. 204-205. Art. 24 van de ontwerpverordening Rome II luidde nog als volgt: 'De toepassing van een bepaling van het door deze verordening aangewezen recht, die zou leiden tot de toekenning van een schadevergoeding die geen vergoedend karakter heeft, zoals schadevergoedingen die als voorbeeld of als straf zijn bedoeld, is strijdig met de communautaire openbare orde.' Deze bepaling is in de uiteindelijke Rome TE-Vo verdwenen. Art. 26 Rome TE-Vo luidt nu: 'De toepassing van een bepaling van het door deze verordening aangewezen recht kan slechts terzijde worden gesteld, indien deze toepassing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het land van de rechter.' Hoewel ik mij bewust ben van het feit dat de Rome TE-Vo niet over de rechterlijke bevoegdheid gaat maar over het toepasselijk recht op niet-contractuele verbintenissen, is deze bepaling toch interessant gelet op de verhouding tussen de openbare orde en punitive damages.
Indien de effecten van een mededingingsovertreding zich afspelen in meerdere lidstaten, bestaat het gevaar dat de gelaedeerde gaat winkelen (shopping) bij de rechter in het land waar de meeste voordelen worden geboden (forum). Een vorm van concurrentie tussen rechters en rechtstelsels. Forum shopping veronderstelt dat de eiser de keuze heeft om te kiezen uit verschillende bevoegde gerechten en op zoek is naar het voor hem meest geschikte forum.1 Verschillen in de toepassing van de mededingingsregels tussen de 27 lidstaten kunnen ervoor zorgen dat er op grond van strategische redenen voor wordt gekozen een proces aanhangig te maken in de lidstaat met de meest strikte interpretatie van de mededingingsregels of juist de lidstaat met de meest soepele interpretatie van de mededingingsregels. Hoewel concurrentie een van de hoofddoelen van het mededingingsrecht is, wordt concurrentie tussen de rechters en rechtsstelsels van de verschillende lidstaten niet beoogd en is concurrentie volgens velen ook ongewenst.2 Jurisdictieconflicten tussen de nationale rechters van de lidstaten dienen in ieder geval te worden vermeden.
In het licht van de maatregelen die door de Commissie zijn genomen om discrepanties tussen de rechters van de verschillende lidstaten in de toepassing van het mededingingsrecht zoveel mogelijk te voorkomen en zoveel mogelijk een consistente toepassing van de mededingingsregels door de rechters van de verschillende lidstaten na te streven (denk bijvoorbeeld aan het optreden van de Commissie voor de nationale rechters als amicus curiae en de vernieuwde samenwerkingsbekendmaking), zullen de verschillen tussen de rechters van de verschillende lidstaten op dit punt niet zo groot zijn dat procespartijen structureel aan forum shopping zullen gaan doen. Daarentegen kan forum shopping voor wat betreft de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht wel degelijk plaatsvinden op grond van verschillen tussen het burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht van de individuele lidstaten.3
De gelaedeerde zal rekening kunnen houden met de vraag welke rechter de voor hem meest gunstigste uitspraak zal geven. Bij de verkrijging van schadevergoeding op grond van schending van het mededingingsrecht zullen verschillen op het gebied van de hoogte van de te verkrijgen schadevergoeding een rol kunnen spelen. Zo zal de gelaedeerde de rechter kunnen uitkiezen die naar verwachting een zo hoog mogelijke schadevergoeding zal toekennen. Daarnaast spelen andere belangrijke omstandigheden een rol, zoals bijvoorbeeld verschillen in de mogelijkheden om bewijs te vergaren en documenten van de wederpartij boven tafel te krijgen (discovery), verschillen in de aanname van causaal verband, taalbarrières en de te overbruggen geografische afstand.
Jacobs en Deisenhofer wijzen op het feit dat de gelaedeerde altijd de voordelen van het procederen in een bepaalde (vreemde) jurisdictie zal afwegen tegen de voordelen van het procederen binnen de eigen jurisdictie. De voordelen van procederen binnen de eigen jurisdictie zijn onder andere de vertrouwdheid met het eigen rechtsstelsel en het beter kunnen overzien van de kosten en risico's van procederen. Deze voordelen kunnen voor de gelaedeerde doorslaggevend zijn in de ontwikkeling van een voorkeur voor het procederen binnen de eigen rechtsorde. Dit zou de reden kunnen zijn van het feit dat eiser en gedaagde in de meeste zaken waarbij de artikelen 81 en 82 EG zijn gebruikt uit dezelfde (lid)staat komen.4
Naast de zojuist genoemde factoren die een rol spelen bij de verkrijging van schadevergoeding op grond van schending van het mededingingsrecht (waarbij gebruik wordt gemaakt van het aansprakelijkheidsrecht van de individuele lidstaten), dient ook rekening te worden gehouden met het feit dat de decentralisatie van de handhaving van het mededingingsrecht kan leiden tot het stimuleren van het veelvoudig procederen in verschillende jurisdicties op grond van dezelfde contracten. Jacobs en Deisenhofer wijzen bijvoorbeeld op de situatie bij distributienetwerken.5 De exceptie van litispendentie op grond van de EEX-VO (Brussel 1-vo) en het EvEx-verdrag (Lugano) werkt alleen in procedures waar dezelfde partijen bij betrokken zijn.6 Het procederen binnen distributienetwerken kan andere partijen betreffen, waar de regels van litispendentie niet in voorzien.7 Dit kan ertoe leiden dat een in wezen zelfde zaak aanhangig is bij verschillende nationale rechters (zie voor litispendentie en connexiteit § 10.3.9).
Bij de toepassing van het mededingingsrecht door nationale rechters kunnen zich ook andere transnationale problemen voordoen die al dan niet forum shopping uitlokken. Jacobs en Deisenhofer wijzen bijvoorbeeld op de problemen op het gebied van de vergaring van bewijs in andere jurisdicties (zie de Bewijsverordening en het Bewijsverdrag),8 de praktische problemen van juridische vertegenwoordiging bij andere nationale rechters (waaronder de taalproblemen), de vraag of en hoe de doctrine betreffende forum non conveniens zal worden toegepast in mededingingszaken (zie § 10.3.8), de regels over rechtsmacht (§ 10.3.7) en erkenning en tenuitvoerlegging met betrekking tot grensoverschrijdende tijdelijke maatregelen (inclusief het gerechtelijk verbod of bevel) en de uiteenlopende opvattingen over de openbare orde met betrekking tot de erkenning van buitenlandse uitspraken. Bij dit laatste probleem kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het feit dat punitive damages in strijd zijn met de openbare orde van sommige lidstaten (zie § 10.5.3.3).9