Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.3.2.7:6.3.2.7 Generale preventie
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.3.2.7
6.3.2.7 Generale preventie
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS466906:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze term kom ik voor het eerst tegen bij Pompe 1921, p. 134.
Buruma, p. 284.
Zie bijvoorbeeld de brief van de staatssecretaris van Financiën van 17 januari 2017 over de aanpak van belastingontduiking, waarin hij onder meer aankondigt vergrijpboeten aan deelnemers openbaar te willen maken (Kamerstukken II, vergaderjaar 2016-2017, 25 087, nr. 138, p. 10).
Buruma, p. 284.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De generaal-preventieve doelstelling van bestraffing ziet op het voorkomen van criminaliteit in de samenleving. Strafdreiging en daadwerkelijke bestraffing schrikken af, het weerhoudt de burgers van crimineel gedrag. Vaak wordt dan ook gesproken van de afschrikkende werking van de straf. Overigens staan strafdreiging (in wet en beleid) en daadwerkelijke bestraffing – en daarmee gepaard gaande individuele straftoemeting – niet los van elkaar voor wat betreft de uitwerking van het doel van algemene preventie. Door over te gaan tot bestraffing wordt namelijk de strafdreiging ook werkelijk geëffectueerd, met als gevolg dat de norm tegenover de samenleving wordt bevestigd. Normhandhaving en normbevestiging – termen die met enige regelmaat in het fiscale boeterecht terugkomen – maken dus onderdeel uit van de generale preventie.
Om het doel van generale preventie te verwezenlijken, is naast de afschrikbaarheid1 van de potentiële daders de voorspelbaarheid van de sanctie een vereiste.2 Voor de afschrikbaarheid van de straf is van belang dat het publiek op de hoogte is of eenvoudig kan komen van mogelijk op te leggen straffen. Bij fiscale bestuurlijke boeten zal daarbij de nadruk liggen op de strafdreiging die bijvoorbeeld uitgaat van communicatie over (nieuwe) wet- en regelgeving, zoals die met betrekking tot de 300%-vergrijpboeten en bijvoorbeeld gegeven toelichtingen op speciale handhavingsacties. De daadwerkelijke beboeting door de inspecteur is echter voor de afschrikbaarheid momenteel van vrij gering belang, omdat die zich niet in de openbaarheid afspeelt. Het effect zou groter kunnen zijn als de Belastingdienst actief zou communiceren over opgelegde boeten.3
Overigens moeten potentiële daders zich ook láten afschrikken. Daarmee bedoel ik dat de samenleving niet alleen op de hoogte zal moeten zijn van de norm, maar er zal ook zekere maatschappelijke consensus moeten zijn over de redelijkheid van die norm en de punitieve handhaving daarvan. Met andere woorden, het publiek zal zich door de communicatie-uitingen ook daadwerkelijk aangesproken moeten voelen.
De voorspelbaarheid van de straf vereist een hoge graad van bekendheid van de norm(overschrijding) waarop de straf betrekking heeft óf een hoge pakkans.4 Ten aanzien van de bekendheid heb ik hiervoor reeds gesteld dat die bij fiscale bestuurlijke boeten veelal gering is. Het proces van beboeting door de inspecteur is een besloten aangelegenheid en het fiscale bestuurlijke boeterecht kent – anders dan binnen andere bestuursrechtelijke terreinen wel voorkomt – geen ‘naming and shaming’. De hoge pakkans is naar mijn mening wel van toepassing op fiscale bestuurlijke boeten en dan met name op de geautomatiseerde verzuimboeten. Zo zal een belastingplichtige die is uitgenodigd tot het doen van aangifte – en daarmee ‘beschreven’ is in de administratie van de Belastingdienst – er op kunnen rekenen dat hij aangesproken zal worden als hij zijn aangifte niet op tijd doet of dat de betaling niet conform de aangifte is. Dit gehele proces is immers geautomatiseerd. De mate van voorspelbaarheid van de verzuimboete is in die gevallen dus – afhankelijk van de perceptie van de gemiddelde belastingplichtige – vermoedelijk vrij hoog.
Al met al is het doel van generale preventie van beperkte betekenis bij de straftoemeting van fiscale bestuurlijke boeten. Vermoedelijk richt deze doelstelling zich voornamelijk op het bevestigen van de (afschrikwekkende) norm die is neergelegd in wet of beleid. Maar het feit blijft dat dergelijke normbevestigingen – die overigens in de regel strafverzwarend zullen zijn, zoals de hoge 300%-vergrijpboeten – veelal binnen de kamers van de Belastingdienst-burelen blijven, zodat de samenleving er doorgaans geen kennis van zal kunnen nemen.