Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.6.3:4.6.3 Hypothese 1: inhoudelijke omstandigheden spelen een beslissende rol
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.6.3
4.6.3 Hypothese 1: inhoudelijke omstandigheden spelen een beslissende rol
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS499706:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Outin-Adam 2000, p. 2144: `même si la clause litigieuse a été librement choisie et acceptée par le consommateur; notamment lorsqu'une option est offerte à celui-ci, elle pourra être réputée non écrite en raison du déséquilibre contractuel qu'en définitive elle engendre.' Vgl. Duyvensz 2003.
In Cass. Civ. 29 oktober 2002, nr. 99-20265, Bull. civ. 2002 I, nr. 254, p. 195 was het beding parfaitement accessible à une personne dotée d'une capacité de compréhension moyenne' maar niettemin oneerlijk.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
230. Volgens hypothese 1 is de inhoudelijke eerlijkheid of oneerlijkheid bepalend voor de uitkomst van de toets. Deze hypothese kent de volgende afgeleiden:
inhoudelijke oneerlijkheid volstaat om de `caractère abusif van het beding vast te stellen en naar procedurele omstandigheden hoeft niet te worden gekeken (hypothese la);
inhoudelijke eerlijkheid volstaat om de `caractère abusif van het beding uit te sluiten en naar procedurele omstandigheden hoeft niet te worden gekeken (hypothese la');
inhoudelijke oneerlijkheid geeft de doorslag ook al is er sprake van procedurele eerlijkheid (hypothese 1b);
inhoudelijke eerlijkheid geeft de doorslag ook al is er sprake van procedurele oneerlijkheid (hypothese lb').
231. Hypothese la vindt steun in de wet, waarin de (procedurele) goede trouw geen apart criterium vormt waaraan moet worden voldaan om de oneerlijkheid aan te nemen. Deze hypothese vindt ook brede steun in de praktijk. Meestal is, zo bleek in de vorige paragraaf, de strijd met de wet of de afwezigheid van een contractuele compensatie voldoende om de oneerlijkheid van een beding vast te leggen. Andersom geldt dat de afwezigheid van de `caractère abusif zelden wordt bevestigd door de afwezigheid van een procedureel nadeel (hypothese la' gaat dus ook op).
Hypothese lb gaat ervan uit dat de `caractère abusif van een beding kan worden bevestigd ook al is er sprake van procedurele eerlijkheid. Outin-Adam onderschrijft met verve deze hypothese voor zover het gaat om omstandigheden betreffende de vrije aanvaarding van het beding.1 Nu worden omstandigheden als de aanvaarding van het beding in de onderzochte jurisprudentie nooit meegewogen bij de toets. De opstelling en formulering van het beding, omstandigheden die bepalen of de consument een vrije keuze kan maken, krijgen wel aandacht. In het algemeen geldt dat duidelijke en leesbare bedingen met succes aan de toetsing kunnen worden onderworpen. De mogelijkheid om kennis te nemen van het beding geeft niet de doorslag wanneer sprake is van een inhoudelijke verstoring van het contractsevenwicht.2
Een rechterlijke uitspraak die hypothese lb' uitdrukkelijk ondersteunt is mij niet bekend. Het lijkt er zelfs op dat wanneer de procedurele oneerlijkheid gelegen is in de onduidelijkheid en onleesbaarheid van het beding, deze hypothese niet opgaat (vgl. hypothese 2b, par. 4.6.4).