Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/7.4.3.1:7.4.3.1 Wettelijke regeling
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/7.4.3.1
7.4.3.1 Wettelijke regeling
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS494209:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1987/88, 20 651, A , p. 20.
Artikel 24 lid 1 Verordening 2137/85 EG, PbEG 1985, nr. L 199/1 stelt dat de leden van het samenwerkingsverband onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van het samenwerkingsverband.
Artikel 3 lid 1 Wet van 28 juni 1989, Stb. 1989, 245.
Zie ook: S.E. Eisma, Rechtspersonen. EESV, Deventer: Kluwer (losbl.) artikel 8 Uitvoeringswet, aart. 2.
Zoals artikel 3 (doel), 4 (eisen gesteld aan leden), 5 (minimumeisen) Verordening 2137/85 EG, PbEG 1985, nr. L 199/1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 8 lid 1 EESV-Uitvoeringswet bepaalt:
`Een cooperatie kan, mits voldaan aan de bepalingen van de Verordening, worden omgezet in een Europees economisch samenwerkingsverband, zonder dat daardoor het bestaan van de rechtspersoon wordt beëindigd.'
De rechtsvormwijzigingsbepaling is gebaseerd op een bepaling van de Franse ontwerpwet ter uitvoering van de EESV-Verordening.1 Rechtsvormwijziging heeft hetzelfde rechtsgevolg als artikel 2:18 BW voor nationale rechtsvormwijziging bepaalt. Elke cooperatie kan van rechtsvorm worden gewijzigd in een EESV, onafhankelijk van de vraag of sprake is van een cooperatie U.A., B.A. of W.A. Dit punt laat zien dat een kenmerk van de vennootschap onder firma opgenomen voor een EESV opgelost dient te worden bij rechtsvormwijziging aangezien de hoofdelijke aansprakelijkheid niet geldt voor een cooperatie. Vanuit het oogpunt van continuïteit en verwantschap van rechtsvormen had het voor de hand gelegen de mogelijkheid van rechtsvormwijziging alleen open te stellen voor een cooperatie W.A. aangezien deze vorm het meest lijkt op een EESV.2
De wettelijke bepaling doet vreemd aan aangezien de EESV-Verordening geen regeling geeft voor rechtsvormwijziging. De mogelijkheid van rechtsvormwijziging is uitsluitend gebaseerd op de EESV-Uitvoeringswet. Onduidelijk is nu welke vereisten precies nageleefd moeten worden bij rechtsvormwijziging van een cooperatie in een EESV. In elk geval zijn de volgende mogelijkheden denkbaar:(i) de bepalingen van oprichting van een EESV zijn van toepassing, (ii) de bepalingen van artikel 2:18 BW zijn van toepassing dan wel (iii) er zijn geen bepalingen van toepassing omdat de EESV-Verordening geen regeling geeft. De laatste optie lijkt in elk geval niet de juiste. Een procedure voor rechtsvormwijziging moet gevolgd worden vanwege het feit dat derden door inschrijving op de hoogte gebracht moeten worden van de rechtsvormwijziging. De procedure van artikel 2:18 BW ligt evenmin voor de hand nu dat artikel (destijds artikel 2:19 en 2:20 BW) expliciet niet van (overeenkomstige) toepassing is verklaard op het EESV.3 De procedure van oprichting van het EESV lijkt de meest geëigende procedure aangezien het EESV door de rechtsvormwijziging voor het eerst in het leven wordt geroepen.4 Dat betekent dat op het moment van rechtsvormwijziging de overeenkomst aan alle door de EESV-Verordening gestelde inhoudelijke eisen dient te voldoen.5 De procedure van rechtsvormwijziging in een EESV is dan ook veel eenvoudiger dan rechtsvormwijziging zoals geregeld in artikel 2:18 BW. De procedure van rechtsvormwijziging van een cooperatie in een EESV is als volgt.