Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.2.1
II.5.2.1 Inleidend
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625532:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De term ‘verkrijging’ dient dan ook niet steeds als iets positiefs te worden opgevat. Het kan namelijk zo zijn dat een erfgenaam enkel schulden verkrijgt, omdat erflater alle goederen in de nalatenschap aan andere personen heeft gelegateerd. Uiteraard kan een erfgenaam zo’n nalatenschap met enkel schulden verwerpen (art. 4:190 BW).
Zie ook Kamerstukken II 1959/60, 3771, 5, p. 9 (VV II), Parl. Gesch. Vast. p. 715.
Over rechtsopvolging onder algemene titel: Verstappen 1996.
Gemakshalve spreek ik hierna van de erfgenamen en erfdelen, daar waar ook het enkelvoud, namelijk de erfgenaam en de gehele nalatenschap, kan worden gelezen.
De belangrijkste erfrechtelijke verkrijging is de erfstelling, die in art. 4:115 BW als volgt wordt omschreven:
‘Een erfstelling is een uiterste wilsbeschikking, krachtens welke de erflater aan een of meer daarbij aangewezen personen zijn gehele nalatenschap of een aandeel daarin nalaat (curs. NB).’1
Uit deze omschrijving wordt duidelijk dat de erfstelling niet alleen goederen, maar ook schulden omvat. Erflater laat namelijk zijn gehele nalatenschap of een aandeel daarin na.2
De erfstelling onderscheidt zich van de andere uiterste wilsbeschikkingen doordat zij betrekking heeft op de nalatenschap als vermogenseenheid en het geheel van goederen én schulden of een aandeel daarin betreft.3 Met een erfstelling (of een onterving) kan erflater afwijken van de erfopvolging bij versterf en een eigen gewenste erfopvolging bewerkstelligen. De erfopvolging krachtens erfstelling brengt, net zoals de erfopvolging krachtens versterferfrecht, een opvolging onder algemene titel teweeg (art. 3:80 lid 2 BW).4
In de navolgende paragrafen zal ik aan de hand van art. 4:115 BW, waarin de materiële aard van de erfstelling besloten ligt, onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om te delegeren ten aanzien van de erfgenamen en de erfdelen.5 Kan een derde bepalen wie als erfgenamen optreden (paragraaf 5.2.2) en wat de omvang van de erfdelen is (paragraaf 5.2.3)?