De prioriteitsregel in het vermogensrecht
Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/10.2:10.2 Atypische toepassing
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/10.2
10.2 Atypische toepassing
Documentgegevens:
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS388310:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De prioriteitsregel vervult eveneens een functie in conflictsituaties waarin zijn toepassing niet uit de wetsystematiek voortvloeit, maar voor zijn toepassing uitdrukkelijk door de wetgever is geopteerd. Een dergelijke atypische toepassing van de prioriteitsregel is in het goederenrechten terug te vinden bij de dubbele levering bij voorbaat. Indien een toekomstig goed meerdere malen bij voorbaat is geleverd, rijst bij het intreden van de beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder de vraag welke levering in een eigendomsoverdracht resulteert. Op basis van een uitdrukkelijke keuze van de wetgever wordt in een dergelijk geval conform de prioriteitsregel voorrang toegekend aan de oudste levering. De wetgever heeft – ten onrechte – gemeend dat deze regel uit het stelsel van de wet kan worden afgeleid. Hoewel de prioriteitsregel om die reden abusievelijk niet in de wet is beland, dient in de wijze waarop art. 3:97 lid 2 BW is geformuleerd – de latere levering wordt ten opzichte van de eerdere gerelativeerd – een bevestiging van zijn toepassing te worden gelezen.
Een evenzeer pragmatische keuze voor de prioriteitsregel, doch ditmaal wel uitdrukkelijk door de wetgever onderkend, is in het verbintenissenrecht terug te vinden in het kader van botsende rechten op levering. In de verhouding tussen schuldeisers met een recht op levering wordt aan het oudste recht voorrang toegekend. Voor deze toepassing van de prioritietsregel is wel vereist dat de schuldeisers ook daadwerkelijk hun recht vervolgen en derhalve met elkaar in conflict raken. Het stilzitten van de ene schuldeiser, gevolgd door levering aan de andere – waarna art. 3:298 BW is uitgewerkt – heeft in beginsel een definitieve eigendomsoverdracht tot gevolg. Vanwege het uitzonderingskarakter van zijn toepassing in het verbintenissenrecht, fungeert de prioriteitsregel slechts als vuistregel. De wet laat de rechter dan ook de ruimte om tot een afwijkend oordeel te komen indien dat onder de gegeven omstandigheden uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit.