Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/4.5.7
4.5.7 Sancties en rechtsbescherming
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687157:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 89 WIA. Kamerstukken II 2004/05, 30034, nr. 3, p. 57; Kamerstukken II 2004/05, 30034, nr. 12, p. 78-79.
P.S. Fluit, ‘WIA en reïntegratie’, SR 2006/2; P. van der Loo, ‘Eigenrisicodragen binnen de WGA en de rol van de private verzekeraars’, Arbeid Integraal 2007/3, p. 104-105.
Dit is zijn verantwoordelijkheid en niet die van het UWV: CRvB 12 juni 2019, RSV 2019/192, m.nt. A.H. Rebel (appellant/UWV).
Artikel 89 WIA; Kamerstukken II 2004/05, 30034, nr. 3, p. 57, p. 96-97 en p. 207.
CRvB 22 januari 2016, USZ 2016/105, m.nt. A.M.P. Rijpkema (appellante/x B.V.); J.P.M. van Zijl, ‘Opleggen van maatregel ten aanzien van WGA-uitkering door eigenrisicodrager’, SZ Updates annotaties 2016-04, constateert dat het de vraag is of een ERD wel in staat is om uit te leggen dat een zwaardere sanctie geldt dan het Maatregelenbesluit, en afwijkingen om die reden waarschijnlijk niet verstandig zijn.
Kamerstukken I 2005/06, 30034 en 30118, E, p. 13.
E.J.A. Franssen, ‘Het eigenrisicodragerschap voor de WIA: meer haken en ogen dan men denkt’, ArbeidsRecht 2008/14. Dit, zo meent Franssen, omdat artikel 7:611 BW geen soelaas biedt als de arbeidsovereenkomst niet meer bestaat.
W.L. Roozendaal, ‘De eigenrisicodrager een bestuursorgaan?’, SMA 2006/6, p. 240.
S. Klosse en G.J. Vonk, Socialezekerheidsrecht, Deventer: Kluwer 2014, p. 143.
Artikel 45 lid 1 ZW. Kamerstukken II 2015/16, 34528, nr. 3, p. 39; Kamerstukken II 2016/17, 34766, nr. 3, p. 55. Dit leidt tot de gekke situatie dat een ZW-ERD geen uitkering hoeft te betalen als een zieke werknemer meewerkt aan zijn ontslag: CRvB 12 september 2022, USZ 2022/264 (ex-werknemer/UWV en ex-werkgever). Pas sinds 2018 is opgenomen dat ook de ERD kan worden benadeeld. Dat ex-werknemers die in dienst waren van een ERD vóór die datum daardoor anders werden behandeld is niet van belang, aldus CRvB 19 december 2018, RSV 2019/39 (UWV/ex-werkgever). Hierover ook Rb. Limburg 14 oktober 2019, RSV 2019/253 (Hogeschool Zuyd/UWV).
Artikel 39 ZW. Kamerstukken II 2000/01, 27873, nr. 3, p. 11.
Artikel 26 lid 2 WIA. Kamerstukken II 2001/02, 27873, nr. 282b, p. 7 en p. 10.
Kamerstukken II 2001/02, 27873, nr. 5, p. 17. Uit Kamerstukken II 2018/19, Aanhangsel van de Handelingen 2104, p. 1, blijkt dat er geen aparte cijfers worden bijgehouden over het aantal loonsancties voor ERDs.
Kamerstukken II 2020/21, 35589, nr. 3, p. 12 en p. 14.
P.H. Burger en P.S. Fluit, ‘Over het leed dat BEZAVA heet: de complicaties van de nieuwe Ziektewet voor de “vangnetter” en de ex-werkgever’, TRA 2014/12. G.C. Boot, ‘Post-contractuele re-integratieplicht voor ex-overheidswerkgevers’, ArbeidsRecht 2020/42, merkt op dat het voor de ERD hoe dan ook verstandig is om in het geval van ontslag ten aanzien van postcontractuele reïntegratieverplichtingen geen finale kwijting af te spreken.
A.M.P. Rijpkema, Toegang tot het recht bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Procedures en rechtsbescherming in de publiek-private mix, Deventer: Kluwer 2013, p. 126; M. Westerveld, ‘Schuivende machtsverhoudingen op het terrein van arbeid en ziekte’, SR 2006/16. P.S. Fluit, ‘WIA en reïntegratie’, SR 2006/2, meent dat reïntegratie in dit geval langs beide wegen kan worden afgedwongen door de werknemer.
CRvB 22 mei 2015, USZ 2015/247, m.nt. M.J.A.C. Driessen (appellant/werkgever).
Artikel 84 WIA.
In Rb. Gelderland 25 augustus 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5450 (ex-werknemer/JVH Hospitality) vordert de ex-werknemer een ZW-uitkering van de ERD ex-werkgever en volgt niet-ontvankelijkverklaring omdat de ex-werknemer zich tot het UWV moet richten (geen civielrechtelijke vordering). Vergelijkbaar Rb. Limburg 13 september 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:8906 (ex-werknemer/Koraal Groep), Hof Amsterdam 23 juni 2020, JAR 2020/210 (ex-werknemer/Teamflex Personeelsdiensten) en Hof Arnhem-Leeuwarden 18 juli 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6115 (ex-werknemer/Hotelexploitatiemaatschappij Janskerkhof Utrecht c.s.).
CRvB 14 juni 2017, USZ 2017/296, m.nt. M. Koolhoven, TRA 2018/8, m.nt. M.J.A.C. Driessen (ex-werknemer/UWV). Koolhoven wijst erop dat de ex-werkgever wel een andere rechtspositie kan hebben dan als werkgever. Een werkgever mag het plan van aanpak van een werknemer bij onenigheid zelfstandig vaststellen, terwijl de ex-werkgever die ZW-ERD is dat via het UWV moet spelen. In het verlengde daarvan merkt Driessen op dat een werkgever bij niet meewerken aan een plan van aanpak het loon volledig kan stopzetten (artikel 7:629 lid 3 onder e BW), terwijl voor de ERD-ZW een sanctie van 25% geldt voor vier maanden (Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten en de Beleidsregel maatregelen UWV). De uitspraak van de CRvB bleek overigens reden voor de regering om wetswijziging te overwegen, zie Kamerstukken II 2019/20, 35275, nr. 9, p. 2.
Kamerstukken I 2005/06, 30034 en 30118, E, p. 13.
A.M.P. Rijpkema, Toegang tot het recht bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Procedures en rechtsbescherming in de publiek-private mix, Deventer: Kluwer 2013, p. 137; A.M.P. Rijpkema en A. Tollenaar, ‘Eigenrisicodragerschap in de Wet Wia vanuit een bestuursrechtelijk perspectief’, TRA 2012/24; twijfelend B. Barentsen, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, Deventer: Kluwer 2006, p. 113-114. Kort gezegd kan op grond van deze leer een bestuursorgaan alleen kiezen voor het gebruik van privaatrechtelijke bevoegdheden, indien de publiekrechtelijke regeling het gebruik hiervan niet uitsluit. Het gebruik van de privaatrechtelijke bevoegdheden moet die regeling bovendien niet op onaanvaardbare wijze doorkruisen. Ook is van belang of door gebruikmaking van de publiekrechtelijke regeling een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt als door gebruikmaking van de privaatrechtelijke bevoegdheid.
P.H. Burger en P.S. Fluit, ‘Over het leed dat BEZAVA heet: de complicaties van de nieuwe Ziektewet voor de “vangnetter” en de ex-werkgever’, TRA 2014/12. Zij wijzen er verder op dat naar hun mening een boetebeding voor postcontractuele verplichtingen niet zal voldoen aan artikel 7:650 BW. Zie daarover paragraaf 3.5.2.
Ook meerdere auteurs stellen dat er na het einde van de arbeidsovereenkomst geen reïntegratieverplichtingen meer daaruit volgen: F.J.L. Pennings, ‘Kunnen eigenrisicodragers wel hun eigen risico dragen?’, TRA 2014/52; B. Marseille en E. van Wolde, ‘De werkgever als bestuursorgaan’, in: M. Herweijer, G.J. Vonk en W.A. Zondag (red.), Sociale zekerheid voor het oog van de meester (Noordam bundel), Deventer: Kluwer 2006, p. 305-306.
Wanneer er geen arbeidsovereenkomst meer is en dus geen loon, kan de ERD, anders dan de gewone werkgever tijdens de arbeidsovereenkomst, geen loon inhouden wanneer de ex-werknemer niet meewerkt aan zijn reïntegratie.1 Voor de WIA-ERD geldt dat hij zelf de bevoegdheid heeft tot het opleggen van sancties om een gedeeltelijk arbeidsgeschikte tot reïntegratie te bewegen en in die hoedanigheid dan ook optreedt als bestuursorgaan, met alle verplichtingen die daarbij komen kijken uit hoofde van de Awb.2 Dat betekent onder meer de noodzaak om besluiten zorgvuldig voor te bereiden en deugdelijk te motiveren. Het betekent ook een bezwaarschriftprocedure die aan de eisen van de Awb voldoet, inclusief bezwaarcommissie en hoormogelijkheid. Hier wordt nogal wat gevraagd van de WIA-ERD.3
De WIA-ERD mag de uitkering tijdelijk en gedeeltelijk, tijdelijk en geheel, of blijvend en gedeeltelijk weigeren.4 De hoogte van de sanctie moet worden afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid. De WIA-ERD heeft niet de bevoegdheid om een uitkering blijvend, geheel te weigeren, omdat deze sanctie enkel door het UWV kan worden opgelegd.5 Doet het UWV dat niet, dan kan de WIA-ERD bezwaar instellen en vervolgens naar de bestuursrechter stappen.6 Hetzelfde geldt voor het opleggen van een bestuurlijke boete.
De wetgever heeft naast de WIA en de Awb geen nadere voorschriften gesteld voor de oplegging van maatregelen door de WIA-ERD, dit terwijl het UWV voor op te leggen maatregelen is gebonden aan het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten. Wanneer er onwenselijke verschillen zouden ontstaan in sanctiebeleid, is het aan de rechter om in te grijpen.7 De CRvB heeft op basis hiervan geoordeeld dat de WIA-ERD een eigen beleid kan ontwikkelen, maar dat dit zal moeten voldoen aan de uit de Awb voortvloeiende eisen. Het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten mag in dat kader worden gebruikt door de WIA-ERD om sancties te motiveren.8
In de omgekeerde situatie, waar de WIA-ERD steken laat vallen bij de reïntegratie, kan de ex-werknemer aan de ERD een beslissing vragen waartegen bezwaar en beroep open staat,9 evenals een deskundigenoordeel.10 Ook kan het UWV werkzaamheden verrichten als de ERD onvoldoende doet en de kosten daarvoor in rekening brengen bij de ERD.11 Ondanks de bestuursrechtelijke complexiteit van deze materie, lijkt dit in de praktijk niet echt tot problemen te leiden. Ook de suggestie in de literatuur dat de ex-werknemer civielrechtelijk een actie uit onrechtmatige daad12 of nakoming13 kan instellen om reïntegratie af te dwingen, lijkt in de praktijk geen navolging te krijgen. Er is in zijn algemeenheid vrij weinig rechtspraak over dit onderwerp, wat deels lijkt te komen doordat er weinig sancties worden opgelegd.14
Het sanctiesysteem voor de ZW-ERD verschilt radicaal van de WIA-ERD; daar bereidt de ZW-ERD een eventueel besluit tot verlaging van het ziekengeld voor, maar hakt het UWV de knoop door.15 Tegen dat besluit kunnen zowel de ex-werkgever als ex-werknemer in bezwaar en beroep.16 Het UWV kan het ziekengeld om meerdere redenen geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend weigeren, bijvoorbeeld bij het niet nakomen van verplichtingen onder het plan van aanpak, een benadelingshandeling of zeer ernstige misdragingen tegen de ex-werkgever of zijn arbodienst.17 Voor de omgekeerde situatie, waar de ERD tekortschiet, geldt dat het UWV beoordeelt of de ZW-ERD zijn taak met betrekking tot verzuimbegeleiding op adequate wijze uitoefent.18 Indien een ex-werknemer het niet eens is met de wijze waarop de ZW-ERD hem wil reïntegreren, kan hij een deskundigenoordeel aan het UWV vragen.19 Legt de ex-werkgever dit oordeel naast zich neer, of komt hij anderszins zijn reïntegratieverplichtingen niet na, dan kan het UWV besluiten om de periode te verlengen dat een ZW-uitkering moet worden betaald.20 Hiermee wordt hetzelfde bewerkstelligd als een loonsanctie tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst.21 Overigens is een wetsvoorstel aanhangig die ervoor moet zorgen dat een medisch verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en verzekeringsarts over de reïntegratie-inspanningen niet meer in een loonsanctie resulteert.22
Ondanks dat de WIA en ZW sancties stellen op rechten en verplichtingen die uit deze wetten voortvloeien, nemen veel werkgevers die ERD zijn in hun arbeidsovereenkomst postcontractuele bedingen op die verplichten tot – onder meer – meewerken aan reïntegreren na het einde van de arbeidsovereenkomst, waaronder het verrichten van passende werkzaamheden en het voldoen aan inlichtingenverplichtingen.23 Op overtreding van dat beding wordt vervolgens een boete gesteld. De ZW-ERD is daarmee in staat om buiten het UWV om te sanctioneren. De WIA-ERD kan zowel boetes opleggen als de uitkering weigeren. Dit soort bedingen en een boetemogelijkheid roepen meerdere vragen op over de verhouding hiervan tot het wettelijk systeem van de WIA en ZW.
Het belangrijkste probleem is dat de rechtsbescherming van de ex-werknemer er niet veel duidelijker mee wordt; tot welke rechter moet hij zich wenden als hij het er niet mee eens is? Die problematiek is vergelijkbaar met de WGA-gerechtigde werknemer van wie de arbeidsovereenkomst niet wordt opgezegd na twee jaar ziekte. De werknemer is dan nog in dienst en ontvangt loon en een uitkering. Als er een sanctie wordt getroffen, is de werkgever dan werkgever of is hij bestuursorgaan?24 De CRvB oordeelde in zo’n situatie in een geschil over de vergoeding van cursuskosten door een WIA-ERD dat voor de rechtsingang – bij de civiele rechter of de bestuursrechter – beslissend is in welke verhouding een besluit zijn oorsprong vindt. In die zaak meende de CRvB dat de cursuskosten hun oorsprong vonden in de civielrechtelijke verhouding, omdat deze ook hadden moeten worden vergoed als de werknemer niet gedeeltelijk arbeidsongeschikt was geworden.25 Voor een ex-werknemer kun je zeggen dat een boete voortvloeit uit een civiele (postcontractuele) rechtsverhouding en een weigering van de uitkering uit een bestuursrechtelijke. Dat zal voor die ex-werknemer niet altijd duidelijk zijn, met name in de situatie dat de WIA-ERD de uitkering zelf betaalt (en niet via het UWV26) en de boete verrekent met de uitkering. Is nou de uitkering (deels) geweigerd of is er een boete opgelegd? Als de WIA-ERD bovendien én een boete oplegt én de uitkering weigert, zou de ex-werknemer langs twee paden moeten gaan procederen.
Bij de ZW-ERD zal de rechtsingang voor de ex-werknemer doorgaans duidelijker zijn, omdat het UWV daar de (bestuursrechtelijke) besluiten neemt en de ex-werkgever eventuele (civielrechtelijke) boetes oplegt.27 Volgens de CRvB moet de ex-werknemer die ziekengeld ontvangt van een ERD voor de toegang tot de rechter op één lijn worden gesteld met een werknemer die ziekengeld ontvangt van het UWV en niet met een werknemer die tijdens ziekte loon krijgt doorbetaald van zijn werkgever.28
De wetgever meende in ieder geval dat de WIA-ERD niet kan kiezen voor de civiele of bestuursrechtelijke sanctionering en dus in de hoedanigheid als ERD de bestuursrechtelijke rechtsbescherming van toepassing is.29 In de literatuur is om die reden wel geopperd dat als de werkgever zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke bevoegdheden heeft, de bestuursrechtelijke tweewegenleer met zich meebrengt dat hij moet kiezen voor de bestuursrechtelijke.30 Anderen hebben betoogd dat door een ZW- of WIA-ERD opgelegde postcontractuele bedingen eenvoudigweg niet kunnen wegens (onder meer) strijd met artikel 6:248 BW en misbruik van omstandigheden.31 Maar het lijkt erop dat de wetgever er simpelweg niet bij heeft stilgestaan dat het partijen, naar mijn mening, vrijstaat om postcontractuele bedingen af te spreken in de arbeidsovereenkomst.32 Ik acht het daarom geen overtuigende argumenten en zie zelf niet in waarom dit soort bedingen niet zouden mogen; de ZW noch de WIA verbiedt het. Het wettelijk systeem verdient bepaald niet de schoonheidsprijs, maar dat is een gevolg van door de wetgever bewust gemaakte keuzes. Verplichtingen die hun oorsprong vinden in de voormalige arbeidsovereenkomst worden beheerst door het privaatrecht en verplichtingen die hun oorsprong vinden in het zijn van ERD worden beheerst door het bestuursrecht. Als de wetgever dergelijke bedingen niet wil, is het aan de wetgever om in te grijpen, bijvoorbeeld door in de wet de mogelijkheid op te nemen om geheel of beperkte vernietiging van zo’n beding te vragen.