Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.6.6.1
8.6.6.1 Redelijke termijnen
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480915:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Fundament voor herstel van vertrouwen 2014, p. 2; Aardbevingsrisico’s in Groningen 2015, p. 47.
Klachten Halfjaarrapportage 2015.
Afsluitend advies 2016, p. 1.
Klachten Halfjaarrapportage 2017.
Brief CVW aan NCG 2016.
Klachten Halfjaarrapportage 2018, p. 4-6.
Onderzoek Communicatie schade CVW/NAM/woningeigenaren 2018.
Klachten Jaarrapportage 2017, p. 18.
Klachten Halfjaarrapportage 2018.
Klachten Jaarrapportage 2019, p. 17.
Klachten Halfjaarrapportage 2019, p. 7.
Jaarverslag TCMG 2020, p. 17.
Jaarverslag IMG 2021, p. 7,
Handelingen II 2018/19, nr. 88, item 21, p. 22.
Afhandeling schadeclaims 2014, p. 7.
IMG, ‘Online dashboard’ (online, bijgewerkt 30 augustus 2021).
De doorlooptijden van vooral de afhandeling van fysieke schade en de versterking resulteerden in veel ongenoegen. Tijdens de aanvankelijke afhandeling door NAM werd geklaagd over te lange termijnen,1 vooral bij complexe gevallen.2 Het CVW kende langere doorlooptijden dan in het protocol aangegeven,3 bovendien liepen deze op.4 De Onafhankelijke Raadsman weet de vertraging voornamelijk aan onduidelijkheid binnen het protocol en de vele verantwoordelijke partijen.5 Het CVW beargumenteerde dat termijnoverschrijdingen vooral gevolg waren van aangevraagde contra-expertise en zij daar ‘geen invloed op heeft, maar … wel [op] wordt aangekeken’;6 aangezien de vraag naar contra-expertise resultaat was van een relatief terughoudende toekenning van claims, kunnen de doorlooptijden NAM als opsteller van het schadeprotocol toch worden aangerekend. Ook de afhandeling van de ‘oude schades’ door NAM had moeten leiden tot een ‘schone lei’, maar de Onafhankelijke Raadsman signaleerde dat gedupeerden slechts drie weken kregen om te reageren op een aanbod, terwijl hun melding maanden of jaren had stilgelegen.7 De afhandeling duurde veel langer dan beoogd, deels omdat veel gedupeerden de Arbiters Bodembeweging inschakelden. Uit een evaluatie bleek dat velen het proces te lang vonden duren.8
De TCMG, die opdracht had een vliegende start te maken, kreeg vanwege de tien maandenlange stop op de schadeafhandeling direct te maken met een grote achterstand. De Onafhankelijk Raadsman had aangedrongen op realisme en maatregelen waardoor streeftermijnen in de praktijk ook haalbaar waren.9 In de werkwijze van TCMG werd uitgegaan van binnen het bestuursrecht redelijke termijnen, waardoor de hele procedure maximaal zo’n vijftien maanden zou moeten duren. Vanwege capaciteitsproblemen bleek dit niet haalbaar: de Raadsman ontving veel klachten over de lange afhandelingstermijn bij de TCMG.10 De boodschap dat de afhandeling van een claim nog eens vijftien maanden zou duren, werd slecht begrepen door gedupeerden die al ruim een jaar wachtten op schadeafhandeling.11 De TCMG zette medio 2019 de stuwmeerregeling grotendeels succesvol in om de achterstand in te halen, hoewel de Raadsman waarschuwde dat dit voornamelijk relatief eenvoudige dossiers betrof en complexe schademeldingen wederom grote vertraging opliepen.12 Het lukte de TCMG de gemiddelde doorlooptijd terug te brengen van 400 naar 150 dagen, maar omdat zij wekelijks meer aanvragen bleef ontvangen liep het totaal aan schademeldingen op.13 Vanwege de coronacrisis werd enige vertraging opgelopen, maar TCMG/IMG slaagden erin de doorlooptijden van de afhandeling van fysieke schade te blijven verkorten.14 Gezien de enorme taak waar het IMG voor staat, is de vraag in hoeverre het aan de eigen termijnen kan (blijven) voldoen. Minister Wiebes beaamde dat in de schadeafhandeling ten koste van de snelheid vooral aandacht was voor precisie, onafhankelijkheid en rechtszekerheid, en dat deze balans werd ervaren als niet rechtvaardig.15
Bij de Regeling Waardedaling van NAM was voor gedupeerden problematisch dat de termijn begon te lopen bij verkoop (oplevering), omdat NAM dan hun aanvraag aannam en een aanbod zou doen;16 door gerechtelijke uitspraken hanteerde IMG in plaats van het verkoopmoment een vast moment om waardedaling vast te stellen. Het IMG besloot gebiedsgewijs uit te keren om het enorme volume aan verwachte aanvragen te kunnen afhandelen.17 De minister schortte de inwerkingtreding van de beslistermijn van 8 weken in de Tijdelijke wet Groningen op omdat hij vanwege de verwachte hoeveelheid aanvragen, opstartproblemen en de coronacrisis niet verwachtte dat deze zou kunnen worden gehandhaafd.18 Het IMG viel daarom terug op de standaardregeling van een ‘redelijke termijn’ uit de Awb, die krachtens artikel 4:14 lid 3 kan worden verlengd zo lang de aanvrager een mededeling van de termijn ontvangt vanuit het IMG. Tot op heden slaagde het IMG erin meer dan 93.000 besluiten te nemen op 124.000 aanvragen voor vergoeding van fysieke schade. Hoewel het IMG hierbij poogde de beloofde doorlooptijden na te leven, bedroeg de doorlooptijd van een nieuwe schademelding medio 2021 gemiddeld 217 dagen in plaats van de beoogde 182 dagen.19