Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/5.4.1.2:5.4.1.2 Afhankelijkheid was toch niet gewenst?
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/5.4.1.2
5.4.1.2 Afhankelijkheid was toch niet gewenst?
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS619743:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2005/06, 29 834, nr. 12, p. 1 en 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Daarnaast 'wringt' deze bevoegdheidseis met de opvatting van de wetgever dat het eigendomsvraagstuk rondom netten niet door middel van een zakelijk recht van netwerk kan worden gerealiseerd. Volgens de wetgever zou een dergelijk zakelijk recht afhankelijk worden gesteld van een vergunning om een net in eigendom te hebben. In het huidige BW zou geen afhankelijkheid bestaan tussen eigendom en een vergunning.1 In wezen spreekt de wetgever zich hier tegen. Het stellen van de bevoegdheidseis creëert immers (ook) een afhankelijkheid tussen eigendom en 'toestemming' of 'vergunning'. Zoals hiervoor weergegeven zou dit argument (afhankelijkheid is niet gewenst) pas valide zijn, als het bevoegdheidsvereiste niet zou zijn gesteld.
De eigendomsvraag zou dan niet afhankelijk zijn van (voorafgaande) toestemming van (in dit geval) de grondeigenaar wat — als men uitgaat dat hier sprake is van een vorm van eigendomsverkrij ging — gebruikelijk is bij een vorm van (originaire) eigendomsverkrij ging. Door de eigendom afhankelijk te stellen van de toestemming van de aanleg door de grondeigenaar, zit in de eigendomsregeling toch een 'vleugje' van (het systeem van) een zakelijk recht (van opstal). Immers wanneer ik een opstal op de grond van een ander in eigendom wil verkrijgen, moet ik overeenstemming met de grondeigenaar bereiken om de opstal te bouwen en/of in eigendom te houden, zonder dat ik eigenaar word of ben van de grond waarop de opstal is gebouwd. Om dit te bewerkstelligen moet een opstalrecht worden gevestigd, wat bij de eigendom van netten niet nodig is omdat dit 'automatisch' voortvloeit uit de bevoegde aanleg. De wetgever heeft met betrekking tot het opnemen van het bevoegdheidsvereiste (kennelijk) een 'mechanisme' willen inbouwen gelet op de positie van de grondeigenaar. Het net en de grond waarin het net ligt, zijn zozeer met elkaar (duurzaam) verbonden, dat het niét betrekken van de grondeigenaar bij de eigendomsverkrij ging van het net kennelijk voor onmogelijk werd gehouden. Vraag is echter of die verbondenheid tussen aanleg en de bevoegdheid daartoe, moet leiden tot een (hard) vereiste in de eigendomsregeling zelf, althans is het dogmatisch juist dat in de wettelijke eigendomsregeling een onverbrekelijke relatie is gelegd tussen de eigendom en de bevoegde aanleg?