Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.3.2:3.2.3.2 Omvang
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.3.2
3.2.3.2 Omvang
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS619746:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken 12006/07, 29 834, C, p. 2.
In artikel 1.1 sub h, w en ee Tw zijn ook resp. het openbare elektronische communicatie netwerk, het openbare telefoonnetwerk en het openbare telecommunicatie netwerk gedefinieerd.
Kamerstukken II 2005/06, 29 834, nr. 9, p. 7.
Noorduijn en Textor 2006, p. 228 e.v.
Kamerstukken 11 2005/06, 29 834, nr. 12, p. 2.
Zie vorige noot, p. 15.
Artikel 10, derde lid Elektriciteitswet 1998.
Kamerstukken II 2005/06, 29 834, nr. 11, p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De omschrijving van een net in de nieuwe regeling ziet niet op de omvang of de begrenzing van het net. Het begrip 'net' is niet vast gedefinieerd1 Met de 'omvang' van het net wordt bedoeld de grens tussen het net en de aansluiting van degene die op dat net is aangesloten. Volgens de toelichting zal de begrenzing van het net voor elk net verschillend zijn. In sommige sectorale regelingen is de omvang van het betreffende net gedefinieerd. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde netten zijn onder meer artikel 1, sub i Elektriciteitswet 1998 waarin een net gedefinieerd is als: één of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit en de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer.
In artikel 1 Gaswet worden twee definities gegeven, in sub c van het gasproductie-net: een of meer pijpleidingen die onderdeel uitmaken van een olie- of gaswinningsproject of die worden gebruikt voor het transport van gas rechtstreeks van een gaswinningsproject naar een verwerkingsinstallatie, een opslagplaats of een aanlandingsplaats; en in sub d van het gastransportnet: niet tot een gasproductienet behorende, met elkaar verbonden leidingen of hulpmiddelen bestemd of gebruikt voor het transport van gas, met inbegrip van landsgrensoverschrijdende leidingen, hulpmiddelen en installaties waarmee dat transport ondersteunende diensten worden verricht, behoudens voor zover deze leidingen en hulpmiddelen zijn gelegen binnen de installatie van een afnemer.
In artikel 1.1 sub e Tw is een elektronisch communicatienetwerk gedefinieerd als: transmissiesystemen, waaronder mede begrepen de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, die het mogelijk maken signalen over te brengen via kabels, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, waaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt en netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie2'
In artikel 1, sub k Waterleidingwet is een collectief leidingnet omschreven als: leidingen, fittingen en toestellen, tijdelijk, doch anders dan ten behoeve van bevoorrading, of permanent aangesloten op het distributienet van een waterleidingbedrijf of van een collectieve watervoorziening, met behulp waarvan leidingwater aan derden ter beschikking wordt gesteld.
Artikel 5:20, tweede lid BW laat al deze definities in stand. De beschreven omvang van de verschillende netten in de sectorale wetgeving is bepalend3 Voor netten waarvan de omvang niet in bijzondere wetgeving is vastgelegd, zoals grote buisleidingen voor transport van chemicaliën of private bedrijfsleidingen, zal de (rechts)praktijk moeten uitmaken wat de omvang van deze netten zal zijn. Voor deze netten geldt dat de verkeersopvatting uiteindelijk bepaalt wat de grens is van de zaak en waar deelnetten van elkaar kunnen worden afgegrensd. Uit de inschrijving in de openbare registers voor registergoederen zal blijken hoe een net in concreto is afgebakend en waar de grens is van de eigendom van met elkaar verbonden netten, aldus de toelichting. Dit betekent dat netten die geen wettelijke definitie kennen, qua omvang verschillend omschreven kunnen worden zodat steeds discussie kan bestaan over de omvang van een dergelijk net. Noorduijn en Textor4 merken ten aanzien van dit punt op dat de minister zijn standpunt over de omvang van een net later (in: de nota naar aanleiding van het verslag, BJ) afzwakt door te stellen dat de verkeersopvattingen uiteindelijk bepalen wat tot een netwerk behoort en wat niet. Kanttekening hierbij is dat de wettelijke definities in beginsel uitdrukking geven aan de heersende verkeersopvattingen.5 Het oorspronkelijke standpunt werd hiermee omgedraaid zodat 'enkel' de verkeersopvattingen — voor zover die niet in wettelijke definities zouden zijn verwoord — doorslaggevend zouden zijn. Maar aan het eind van genoemde nota6 herhaalt de minister zijn oorspronkelijke uitgangspunt en dit doet hij eveneens in de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer,7 zodat ervan mag worden uitgegaan dat de omvang van een net wordt bepaald door i) de wettelijke definities en wanneer deze ontbreken door ii) de verkeersopvattingen.
Een net kan diverse deelnetten omvatten zolang de wettelijke definities of de verkeersopvatting het als één net beschouwt. Een (rechts)persoon kan dus eigenaar zijn van één elektriciteitsnet dat meerdere spanningsniveaus kan omvatten. Wanneer een deel van dat net wordt overgedragen aan een ander dan heeft dit tot gevolg dat het overgedragen gedeelte een zelfstandige zaak wordt, mits ook naar maatschappelijke opvatting afgrenzing van de rest van het net mogelijk is. Omdat overdracht van een net een inschrijfbaar feit is, zal uit de notariële akte moeten blijken wat de afgrenzing is van het overgedragen net. In de akte moet immers conform artikel 3:84, tweede lid BW het over te dragen object met voldoende bepaaldheid omschreven zijn. Hetzelfde geldt als een nieuw deelnet wordt aangelegd dat aansluit op een bestaand (hoofd)net. Zolang het nieuwe deelnet in andere handen is dan in die van de bevoegde aanlegger van het bestaande net en de aanleg van het nieuwe deelnet conform artikel 3:17, eerste lid onder k BW is ingeschreven in de openbare registers, kan een net dat feitelijk één zaak lijkt, juridisch uit meerdere deelnetten bestaan. Zodra de eigendom van het nieuwe deelnet wordt overgedragen aan de eigenaar van het (hoofd)net, 'vervalt' de zelfstandigheid van het deelnet en worden deel- en hoofdnet één zaak. Deelnetten kunnen dan ook bestanddelen zijn van het hoofdnet. Wanneer beoogd wordt een beperkt recht te vestigen op een dergelijk deelnet, zal het beperkte recht het volledige hoofdnet beslaan. Indien toch enkel op het deelnet het beperkte recht zou moeten rusten, dient eerst dat deelnet als een zelfstandige zaak conform artikel 3:17, eerste lid sub k BW te worden ingeschreven. Pas daarna zal het beperkte recht enkel op het betreffende deelnet zien.
De leden van de CDA-fractie vroegen zich op dit onderdeel af of bij de toepassing van artikel 5:20, tweede lid BW de benadering zou worden gekozen die aansluit bij het systeem van de Elektriciteitswet 1998. Op grond van de Elektriciteitswet 19988 is een eigenaar van een net bevoegd voor het beheer van dit net een of meer netbeheerders aan te wijzen, die ieder voor zich een deel van het net gaan beheren. Zou het mogelijk zijn dat een te maken onderscheid in deelnetten wordt herleid tot de wil van de eigenaar van het net? Deze benadering zou volgens de leden niet passen in het systeem van het vermogensrecht. Door de eigenaar zelf te laten bepalen of sprake is van een net dan wel meerdere te onderscheiden deelnetten, wordt in feite een figuur in het vermogensrecht geïntroduceerd waarbij de wil van een persoon bepalend is voor de zakenrechtelijke status van een bepaald object.9 De minister antwoordde hierop dat het systeem zoals gehanteerd in de Elektriciteitswet 1998 niet leidt tot een wijziging van de eigendom dan wel van de status van het aangewezen gedeelte in die zin dat dit dan tot een zelfstandige zaak wordt. Wel is mogelijk dat een deel van het net wordt overgedragen aan een ander en daardoor een zelfstandige zaak wordt, zoals ook overdracht van een deel van een stuk grond tot gevolg heeft dat het deel dat aanvankelijk bestanddeel was van de grond van de vervreemder door die overdracht een zelfstandige zaak wordt. Tegen dit systeem bestaat, aldus de minister, geen bezwaar zolang van een en ander blijkt uit de openbare registers. Volgens de minister is het overigens niet uitgesloten dat de enkele wil van de eigenaar beslissend is in het zakenrecht. Een eigenaar is bijvoorbeeld vrij om bestanddelen van zijn zaak los te maken zodat deze hun zelfstandigheid herkrijgen. Het tegenovergestelde is ook mogelijk. De eigenaar kan objecten aan een onroerende zaak vastmaken met de bedoeling dat deze daar duurzaam blijven. Bij deze opmerking moet de kanttekening gemaakt worden dat de 'enkele wil' waarnaar de minister refereert, niet het goederen-rechtelijke effect heeft dat wordt beoogd, maar dat bepaalde rechtshandelingen nodig zijn om bijvoorbeeld splitsing van een perceel te bewerkstelligen. Daarnaast dient het ook te gaan om deelbare zaken. Ik kan, ook al is mijn 'wil' daarop gericht, de eigendom van een verdieping in een gebouw niet afsplitsen. Wel kan ik, als eigenaar van het gebouw, dit gebouw splitsen in appartementsrechten en een appartementsrecht aan een ander overdragen.