De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/6.3.4:6.3.4 Het strikte onderscheid tussen ‘ownership and control’ en de daarop gebaseerde ‘principal agent theory’
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/6.3.4
6.3.4 Het strikte onderscheid tussen ‘ownership and control’ en de daarop gebaseerde ‘principal agent theory’
Documentgegevens:
mr. S, Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S, Renssen
- JCDI
JCDI:ADS391098:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het strikte onderscheid tussen ‘ownership’ (het bestuur) ‘and control’ (de aandeelhouders)1 kan leiden tot een belangenconflict als gevolg van het feit dat beide organen in beginsel een ander belang (dienen) na (te) streven. Het bestuur dient ingevolge artikel 2:239 lid 5 BW te handelen in het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming, terwijl de aandeelhouders in principe hun eigen belang mogen nastreven, mits dit binnen de grenzen van artikel 2:8 BW plaatsvindt. Als gevolg van dit belangenconflict ontstaan zogenoemde ‘agency problems’, waarop de Amerikaanse economen Jensen en Meckling hun ‘principal agent theory’ baseerden.2 Wanneer zowel het bestuur als de aandeelhouders opportunistisch handelen ontstaat het gevaar dat de ‘agent’ (het bestuur) niet langer zal handelen in het belang van de ‘principal’ (de aandeelhouder), waardoor een ‘agency problem’ (belangenconflict) ontstaat.3
Binnen vennootschappen is een beheersstructuur ontwikkeld, waardoor door middel van een aantal mechanismen het belangenconflict tussen het bestuur en de aandeelhouders wordt beperkt: ‘bonding’, ‘monitoring’, de aandelenbeurs, de ‘market for corporate control’ en de arbeidsmarkt voor managers.
Onder ‘bonding’ wordt in dit kader verstaan het door middel van resultaatafhankelijke beloningen betrekken van de bestuurder bij de aandeelhouderswaarde. Onder ‘monitoring’ wordt verstaan het door een ingesteld orgaan houden van toezicht op het functioneren van het bestuur en het eventueel gebruik maken van disciplinerende maatregelen jegens het bestuur (men denke aan een raad van commissarissen).
Naast deze directe corrigerende mechanismen, bestaan er drie indirecte corrigerende mechanismen.
Allereerst is er de aandelenbeurs: wanneer aandeelhouders ontevreden zijn over het functioneren en/of presteren van het bestuur zullen zij wellicht overgaan tot verkoop van hun aandelen, als gevolg waarvan de aandelenkoers daalt.
Daarnaast kan in dit kader worden gewezen op een verdergaand mechanisme, de ‘market for corporate control’: wanneer het bestuur slecht functioneert en/of presteert, is de kans aanwezig dat een deel van de aandelen van de vennootschap zullen worden overgedragen, als gevolg waarvan de koers daalt, hetgeen een vijandige overname tot gevolg kan hebben. Nu in de praktijk dit meestal het einde van de bestuursfunctie betekent, gaat hier een sterk disciplinair effect vanuit.
Ook de arbeidsmarkt voor managers speelt een rol: het bestuur wordt hierdoor weerhouden om waardevernietigende strategieën toe te passen, aangezien dat de bestuursreputatie in gevaar zou brengen en niet zou bijdragen aan de mogelijkheden van verbetering van positie op die arbeidsmarkt.4