Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/V.9:V.9 Conclusie
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/V.9
V.9 Conclusie
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178851:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de marge van het familie- en het rechtspersonenrecht leeft de non-existente rechtshandeling voort. Is een huwelijk, een fusie, een splitsing of een besluit uiterst gebrekkig, dan is geen rechtshandeling totstandgekomen. Er is dan niets. Het geldend recht of althans de overwegende opvatting in de literatuur kiest vooral voor non-existentie waar de wettelijke, limitatieve nulliteitenregeling al te zeer klemt. Zo vinden volstrekt onvolkomen bedenksels rechtens geen erkenning.
Ironisch genoeg is het non-existentiebegrip zelf een onvolkomen bedenksel. Zij kan als constructie de toets van Scholten niet doorstaan. In de eerste plaats dekt non- existentie de positieve stof niet. Zij steunt veelal op gekunstelde definities van de rechtshandelingen waarop zij betrekking heeft en staat haaks op het vermogensrecht, dat rechtszekerheid voorop stelt en het aantal nietigheden terugdringt. Aan de eisen van esthetiek en eenvoud, in de tweede plaats, voldoen non-existentietheorieën al evenmin. De onduidelijkheid in de toepassing lijkt aan het non-existentiebegrip inherent, en ook de inconsistenties in de praktijk kleven aan haar. Weliswaar onderscheidt non-existentie zich in rechtsgevolgen van de nietigheid, maar niet in een gewenste zin. Haar rigoureuze rechtsgevolgen maken non-existentie, ten slotte, niet steeds gepast, terwijl doorgaans betere alternatieven voorhanden zijn. Non-existentie existeert dus niet. Er zijn dus slechts nietige of vernietigbare besluiten, geen non-existente.