Einde inhoudsopgave
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/6.1
6.1 inleiding
mr. B. Assink, datum 01-09-2022
- Datum
01-09-2022
- Auteur
mr. B. Assink
- JCDI
JCDI:ADS675394:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor de erkenning van de democratie kan worden gewezen op de preambule van het EVRM, artikel 28 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de artikelen 81 en 50 en 124 lid 1 en 127 van de Grondwet, de artikelen 7, 105 lid 1, 143 lid 1 en 145 van de Provinciewet en de artikelen 7, 108 lid 1, 147 lid 1 en 149 van de Gemeentewet. Zie verder Schlössels & Zijlstra 2017, p. 18-21 en Konijnenbelt & Van Male 2014, p. 41-45. Voor de trias politica kan worden gewezen op de afzonderlijke benoeming van de drie hoofdfuncties in de hoofdstukken 2, 3, 5 en 6 van de Grondwet. Hier worden de Staten-Generaal, de regering en de rechterlijke macht met de drie belangrijkste overheidsfuncties belast. Voor decentrale overheden, zoals provincies en gemeenten, worden in de titels II en III van de Provincie- en Gemeentewet eveneens de wetgevende en uitvoerende organen afzonderlijk benoemd en onderscheiden, en met de functie van wetgeving respectievelijk bestuur belast. Zie verder Schlössels & Zijlstra 2017, p. 4-5 en Konijnenbelt & Van Male 2014, p. 34 en 40. Voor de bescherming van mensenrechten kan worden gewezen op hoofdstuk 1 van de Grondwet, het EVRM, het Handvest van grondrechten van de Europese Unie en het IVBPR. Zie verder Schlössels & Zijlstra 2017, p. 22-23 en Konijnenbelt & Van Male 2014, p. 34 en 38-40.
In de voorafgaande hoofdstukken is beschreven hoe het recours objectif steeds verder buiten beeld is geraakt. Maar wat zijn de gevolgen daarvan? In hoofdstuk 1 werd duidelijk dat het algemeen belang van het handhaven van rechtmatig bestuur samenhangt met het verwezenlijken van een aantal fundamentele rechtsstatelijke uitgangspunten, te weten besturen conform wet en recht, in het verlengde daarvan het beschermen van democratische uitgangspunten voor bestuurshandelen (er is immers sprake van binding aan democratisch vastgestelde wetten), en het garanderen van het stelsel van checks and balances in het kader van de trias politica. Naast de verwezenlijking van deze uitgangspunten bestaan nog twee andere belangrijke zaaksoverstijgende belangen bij het handhaven van rechtmatig bestuur door de bestuursrechter. Ten eerste de prikkel die daarvan uitgaat richting bestuursorganen om te komen tot een juiste rechtstoepassing (de zogenaamde preventieve werking van de bestuursrechtelijke beroepsprocedure). Ten tweede kan de bestuursrechter bestuursorganen bij de ‘rechtsstatelijke les’ houden (de zogenaamde opvoedende werking).
Omdat het recht en de daarin belichaamde rechtsstatelijke uitgangspunten algemeen worden erkend als richtsnoer waaraan bestuurshandelen moet voldoen,1 rijst de vraag of het problematisch is dat het recours objectif als functie van de bestuursrechtelijke beroepsprocedure op de achtergrond is geraakt. Deze vraag wordt in dit hoofdstuk geplaatst in het kader van het behoud van dienend bestuur. In een democratische rechtsstaat is dienend bestuur namelijk het ideaalbeeld voor het optreden van bestuursorganen.
In de navolgende analyse wordt daarom eerst ingegaan op het begrip dienend bestuur. Vervolgens worden drie actuele en met elkaar samenhangende factoren behandeld waardoor dienend bestuur onder druk kan komen. In volgorde van bespreking zijn dit:
Het toegenomen bedrijfsmatig denken door bestuursorganen;
Het buiten beeld raken van het recours objectif, waardoor de rol van de bestuursrechter als ‘rechtsstatelijke tegenspeler en toezichthouder’ richting bestuursorganen verslapt;
De sterke positie van bestuursorganen ten opzichte van de andere staatsmachten in de trias politica.
Uiteindelijk wordt in dit hoofdstuk bezien of, mede door de tanende rol van het recours objectif, dienend bestuur te kwetsbaar is geworden. Indien dat inderdaad moet worden geconcludeerd, dan is de vervolgvraag welke ‘compenserende’ maatregelen in aanmerking kunnen komen teneinde hierin verbetering te brengen.