Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.1.4
9.1.4 Verordening (EU) nr. 1176/2011
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457700:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Punt 7 van de considerans van Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 3, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 3, eerste lid, en artikel 4, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 4, vijfde tot en met zevende lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011. Zie voor de huidige veertien indicatoren: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-and-fiscal-policy-coordination/eu-economic-governance-monitoring-preventioncorrection/macroeconomic-imbalance-procedure/scoreboard_en#scoreboard-indicators.
Artikel 3, derde lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 3, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 5, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 5, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 2, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 6, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011. Deze aanbevelingen worden aangenomen volgens de procedure voor het vaststellen van globale richtsnoeren op grond van artikel 121, tweede lid, VWEU.
Artikel 7, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011. De aanbevelingen worden dan aangenomen volgens de procedure voor het vaststellen van aanbevelingen als het economisch beleid van een lidstaat niet overeenkomt met de vastgestelde globale richtsnoeren of de goede werking van de economische en monetaire unie in gevaar dreigt te brengen op grond van artikel 121, vierde lid, VWEU.
Artikel 7, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011. Zie over het plan met corrigerende maatregelen: artikel 8 Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 8, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 8, derde lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 9, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 10, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 10, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 10, vierde lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 10, vierde lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 11 Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 12 Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Verordening (EU) nr. 1174/2011 en Verordening (EU) nr. 1176/2011 gaan beide over macro-economische onevenwichtigheden. Onder ‘evenwichtigheden’ moet volgens de definitiebepaling worden verstaan:
‘elke trend die macro-economische ontwikkelingen in de hand werkt, welke een ongunstige invloed uitoefenen of kunnen uitoefenen op de goede werking van de economie van een lidstaat dan wel van de economische en monetaire unie of van de Unie als geheel’.1
Verordening (EU) nr. 1176/2011 ziet op de preventie en correctie van deze macro-economische onevenwichtigheden. Verordening (EU) nr. 1174/2011 bouwt hierop voort door in te gaan op de handhaving van de correctie van deze onevenwichtigheden. In deze volgorde zal ik hieronder beide verordeningen behandelen.
Het idee achter Verordening (EU) nr. 1176/2011 is dat het toezicht op het economisch beleid van de lidstaten moet worden verruimd tot meer dan alleen budgettair toezicht.2 In het kader van dit verruimde toezicht stelt onderhavige verordening een waarschuwingsmechanisme in, dat onevenwichtigheden vroegtijdig moet identificeren.3 Dit mechanisme bestaat uit jaarlijkse rapporten van de Europese Commissie aan de hand van een scorebord met een reeks macro-economische en macro-financiële indicatoren.4 De Commissie bepaalt welke indicatoren gebruikt worden en kan deze wijzigen.5
In dit rapport wijst de Commissie lidstaten aan die naar haar oordeel geraakt zijn door onevenwichtigheden of het risico lopen daardoor geraakt te worden.6 Nadat de Raad en eventueel de eurogroep, voor zover het rapport betrekking heeft op eurolanden, het rapport hebben besproken,7 voert de Europese Commissie een diepgaande evaluatie uit voor elke lidstaat waarvan zij vermoedt dat deze geraakt is, of het risico loopt geraakt te worden, door onevenwichtigheden.8 De Commissie concludeert vervolgens of er in die lidstaat inderdaad sprake is van onevenwichtigheden of zelfs van buitensporige onevenwichtigheden.9 Van die laatste categorie is volgens de verordening sprake bij: ‘ernstige onevenwichtigheden, waaronder onevenwichtigheden die de goede werking van de economische en monetaire unie in gevaar brengen of dreigen te brengen’.10
Als er sprake is van onevenwichtigheden richt de Raad, op voorstel van de Europese Commissie, aanbevelingen als preventieve maatregelen tot die lidstaat.11 Ook indien er sprake is van buitensporige onevenwichtigheden, kan de Raad aanbevelingen vaststellen.12 In het laatste geval wordt hierin een reeks op te volgen beleidsaanbevelingen gespecificeerd, en wordt een termijn bepaald waarbinnen de lidstaat een plan met corrigerende maatregelen moet voorleggen.13 Hiermee is de zogenoemde procedure bij buitensporige onevenwichtigheden van start gegaan.
De Raad beoordeelt het plan met corrigerende maatregelen binnen twee maanden.14 Indien de Raad het plan toereikend acht, bekrachtigt hij het. Als de Raad het plan ontoereikend vindt, stelt hij een aanbeveling vast om met een nieuw plan met corrigerende maatregelen te komen.15
De Commissie ziet vervolgens toe op de uitvoering van de voorgenomen corrigerende maatregelen.16 De Raad beoordeelt op basis van een verslag van de Commissie of de betrokken lidstaat de aanbevolen corrigerende maatregelen daadwerkelijk heeft genomen.17 Indien dit het geval is, dan wordt de procedure bij buitensporige onevenwichtigheden opgeschort.18 Indien dit niet het geval is, stelt de Raad op voorstel van de Commissie een aanbeveling vast met nieuwe termijnen voor corrigerende maatregelen.19 Voor deze aanbeveling geldt de omgekeerde gekwalificeerde meerderheid: zij wordt geacht te zijn vastgesteld, tenzij de Raad binnen tien dagen na het voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid besluit dit voorstel te verwerpen.20 Verdere maatregelen ter handhaving van de correctie van buitensporige onevenwichtigheden worden geregeld in Verordening (EU) nr. 1174/2011 en zullen hieronder nader besproken worden. Als er niet langer sprake is van buitensporige onevenwichtigheden, dan trekt de Raad de aanbevelingen hieromtrent in.21 Net als bij Verordening (EU) nr. 1173/2011 neemt de Raad besluiten in het kader van de procedure bij buitensporige onevenwichtigheden zonder rekening te houden met de stem van de betrokken lidstaat.22