Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/4.3.5
4.3.5 Overige goederen
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS383408:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Individuele merken zijn volgens art. 2.1 lid 1 Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) de benamingen, tekeningen, afdrukken, stempels, letters, cijfers, vormen van waren of van verpakking en alle andere voor grafische voorstelling vatbare tekens, die dienen om de waren of diensten van een onderneming te onderscheiden. Collectieve merken zijn volgens art. 2.34 Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) alle tekens, die aldus bij het depot worden aangeduid en die dienen om één of meer gemeenschappelijke kenmerken te onderscheiden van waren afkomstig van of diensten verleend door verschillende ondernemingen, die het merk onder toezicht van de houder gebruiken. Volgens art. 2.35 Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) zijn, behoudens bepaling van het tegendeel, individuele en collectieve merken aan dezelfde regels onderworpen.
Voor het auteursrecht: Hof ’s-Hertogenbosch 27 december 1994, ECLI:NL:GHSHE:1994:AD2278, NJ 1995/623.
Roerende zaken, niet-registergoederen die in de macht van de vervreemder zijn, worden geleverd door bezitsverschaffing (art. 3:90 BW). Als de zaak al in de macht is van de verkrijgende en de overige vennoten, is een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling voldoende (art. 3:115 aanhef en sub a BW).
Een merk1 is zelfstandig, dus los van de onderneming, voor overgang vatbaar op grond van art. 2.31 Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom. De schriftelijkheidseis van lid 2 sub a geldt slechts voor overdracht. Dat hieronder niet ook overgang op een andere wijze wordt begrepen, volgt mijns inziens uit het gegeven dat in lid 1 wordt gesproken van ‘overgaan’ en in lid 2 sub b van ‘de overdracht of andere overgang’. Overgang heeft pas derdenwerking na inschrijving van het depot van een uittreksel van de akte, waaruit van die overgang blijkt, of van een daarop betrekking hebbende, door de betrokken partijen ondertekende verklaring, mits dit depot is verricht met inachtneming van de bij uitvoeringsreglement gestelde vormvereisten en tegen betaling van de verschuldigde rechten (art. 2.33 Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom).
De Handelsnaamwet (art. 2) en de Auteurswet (art. 2 lid 1 en 2) bepalen dat de handelsnaam respectievelijk het auteursrecht vatbaar zijn voor overgang krachtens erfopvolging en overdracht. Daarnaast en voor zover met die wetten niet in strijd is ook het BW, en dan met name de vermogensrechtelijke bepalingen inclusief Titel 3.7 BW, van toepassing.2 Een handelsnaam moet dus geleverd worden via een daartoe bestemde akte (art. 3:95 BW). De handelsnaam kan overigens niet los van de onderneming die onder die naam wordt gedreven overgaan; de handelsnaam kan dus niet toegedeeld worden als de onderneming wordt gestaakt. Het auteursrecht wordt geleverd door een daartoe bestemde akte; alleen die bevoegdheden die in de akte gemeld zijn of die uit de aard of strekking van de titel (de verdeling) noodzakelijk voortvloeien, gaan over (art. 2 lid 2 Auteurswet).
De gevolgen van ontbinding van de VOF voor een gezamenlijk recht van vruchtgebruik zijn afhankelijk van hetgeen bij de vestiging van het recht is bepaald. Is het vruchtgebruik bijvoorbeeld gevestigd onder de ontbindende voorwaarde dat de VOF (geheel) wordt ontbonden, dan eindigt het vruchtgebruik. Mogelijk is bij de vestiging bepaald dat het recht bij ontbinding van de VOF eindigt ten aanzien van alle vennoten, behalve de vennoot die de onderneming voortzet. In dat geval eindigt het recht van de overige gewezen vennoten en wast het aan bij de voortzetter (art. 3:203 lid 2 BW).