Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/812
Verordening Brussel I-bis. Erkenning en tenuitvoerlegging; weigering beslissing te erkennen van gerecht dat zich bevoegd heeft verklaard in strijd met forumkeuzebeding; begrip ‘openbare orde’ in de zin van art. 45 lid 1 sub a); samenloop met CMR.
HvJ EU 21-03-2024, ECLI:EU:C:2024:252 (Gjensidige)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
21 maart 2024
- Magistraten
A. Arabadjiev, T. von Danwitz, P.G. Xuereb, A. Kumin, I. Ziemele
- Zaaknummer
C-90/22
- Conclusie
A-G N. Emiliou
- Roepnaam
Gjensidige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Vervoersrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:252, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 21‑03‑2024
ECLI:EU:C:2023:994, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 14‑12‑2023
- Wetingang
Art. 45 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Verordening Brussel I-bis)
Essentie
‘Gjensidige’ ADB in tegenwoordigheid van ‘Rhenus Logistics’ UAB e.a.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door Lietuvos Aukščiaisiasis Teismas (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Litouwen) bij beslissing van 10 februari 2022.
Verordening Brussel I-bis. Erkenning en tenuitvoerlegging; weigering beslissing te erkennen van gerecht dat zich bevoegd heeft verklaard in strijd met forumkeuzebeding; begrip ‘openbare orde’ in de zin van art. 45 lid 1 sub a); samenloop met CMR.
Art. 45 lid 1 onder a) en onder e) ii) van Verordening Brussel I-bis moet aldus worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.