De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener jegens de niet-particuliere cliënt
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.5.1.3:2.5.1.3 Wijzigingen MiFID II van de rapportageverplichting
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.5.1.3
2.5.1.3 Wijzigingen MiFID II van de rapportageverplichting
Documentgegevens:
I.P.M.J. Janssen, datum 01-03-2017
- Datum
01-03-2017
- Auteur
I.P.M.J. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS370279:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 25 lid 6 MiFID II; artikel 68c Bgfo 2018.
Artikel 59 en 60 gedelegeerde verordening MiFID II.
Artikel 60 lid 2 en lid 3 gedelegeerde verordening MiFID II.
Artikel 62 uitvoeringsrichtlijn MiFID II.
Artikel 63 uitvoeringsrichtlijn MiFID II.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verplichtingen die uit MiFID voortvloeien over de rapportageplicht blijven in MiFID II van overeenkomstige toepassing voor zover hierna niet anders blijkt. MiFID II voorziet in een aantal aanvullingen. Zij verduidelijkt waar de beleggingsdienstverlener rekening mee moet houden bij de verslagen1 en vult de uitvoeringsbepalingen aan. De beleggingsdienstverlener komt bij professionele cliënten niet langer de vrijheid toe om zelf te bepalen welke informatie hij verstrekt. Bij zowel vermogensbeheer als execution only-dienstverlening is bepaald dat de rapporten die de beleggingsdienstverlener verstrekt aan professionele cliënten qua informatie in lijn moeten zijn met de verplichtingen bij niet-professionele cliënten.2 Dit is in lijn met de wijziging van de andere hoofdverplichting van de informatieplicht om in passende vorm begrijpelijke informatie te verstrekken. MiFID II stelt ook daar de professionele cliënt meer op één lijn met de niet-professionele cliënt. Verder wordt de rapportageplicht bij vermogensbeheer aangescherpt. Het rapport moet onder andere een eerlijk en evenwichtig overzicht bieden van de activiteiten en verloop van de portefeuille. In plaats van een halfjaarlijks rapport, moet de beleggingsdienstverlener dit ieder kwartaal verstrekken, bepaalde uitzonderingen daargelaten.3 Ook moet de beleggingsdienstverlener in het rapport vermelden wanneer er sprake is van een waardedaling van tien procent van de portefeuille.4 Ongeacht het type beleggingsdienstverlening moet de beleggingsdienstverlener zowel niet-professionele als professionele cliënten elk kwartaal een overzicht verstrekken van hun financiële instrumenten waarbij de gedelegeerde verordening reguleert welke informatie daarin moet worden opgenomen.5 Evenals bij de andere informatieverplichtingen wordt de beleggingsdienstverlener de vrijheid ontnomen om ten aanzien van professionele cliënten de hoofdverplichting naar eigen inzicht in te vullen. Blijkbaar heeft ook de professionele cliënt dezelfde specifieke informatie nodig als de niet-professionele cliënt.