Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.8
10.8 Naar een actievere A-G
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS378205:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In gelijke zin Schmieman (2004), p. 383-384.
Uit het OM Jaarbericht 2008, Landelijke Ressortsorganisatie, blijkt dat een dergelijk team ook bestaat voor zaken die beursfraude betreffen. Bij het ressortsparket Amsterdam bestaat een team beursfraude dat optreedt in beursfraudezaken in tweede aanleg. Het beursfraudeteam bestaat uit een A-G en een secretaries. Zie https://www.om.nl/actueel/jaarberichten-0/jaarbericht-2008/@25103/jaarbericht-2008/. Bij beursfraude gaat het om overtredingen van financieelrechtelijke bepalingen die op grond van de Wet economische delicten (WED) kwalificeren als een overtreding of misdrijf. Het OM kan daartegen – na afstemming met de AFM en DNB aangezien zij bestuursrechtelijk kunnen optreden tegen overtreding van financieelrechtelijke bepalingen – strafrechtelijk optreden, zie Stcrt. 2009, 665. Zie verder Van Eersel (2013), p. 119-124.
Zie ook Schmieman (2004), p. 384.
Zie § 10.2.1.
In gelijke zin: Schmieman (2004), p. 385 en Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2- II* (2009), nr. 747. Lees meer over het vooronderzoek in § 10.6.4.
Uit de in dit hoofdstuk besproken wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur volgt dat aan het OM de taak is toebedeeld om in te spelen op klachten uit de samenleving ten aanzien van een bepaalde onderneming. Dat kan ook op verzoek van belanghebbenden aan wie zelf de enquêtebevoegdheid niet toekomt. Op die klachten dient de A-G adequaat te reageren en daar waar nodig dient hij die klachten te onderzoeken om deze eventueel evenwichtig gepresenteerd aan de OK voor te leggen. De huidige opstelling van het OM is niet in overeenstemming met deze taak. Teneinde een actievere opstelling – naar geldend recht – te bewerkstelligen zijn naar mijn mening aanpassingen in de organisatie en de werkwijze van het OM vereist.
In § 10.7 schreef ik reeds dat het ontwikkelen van richtlijnen en een motiveringsplicht opeenvolgende A-G’s kan stimuleren actiever gebruik te maken van het enquêterecht. Daarnaast verdient het aanbeveling om een A-G en tenminste een secretaris – bij voorkeur een ondernemingsrechtelijke jurist – te belasten met de rechtspersoonrechtelijke bevoegdheden uit Boek 2 BW en de Faillissementswet.1 Daarmee wordt een klein gespecialiseerd civiel team gecreëerd dat belast is met de civiele handhaving ten aanzien van rechtspersoon.2 De behandeling van civiele zaken jegens rechtspersonen is zeer kennisintensief, waardoor veel tijd geïnvesteerd dient te worden in het ontwikkelen, in stand houden en benutten van specialistische kennis op het gebied van het rechtspersonen- en vennootschapsrecht.3 Voor een doeltreffend gebruik van de enquêtebevoegdheid is het dan ook noodzakelijk dat dit team de tijd krijgt om specialistische kennis op het gebied van het enquêterecht te verwerven. Dit brengt logischerwijs mee dat de civiele A-G minder belast dient te worden met strafzaken en strafzittingen.
Het onderbrengen van de rechtspersoonrechtelijke bevoegdheden bij een specialistisch civiel team kan er voorts toe leiden dat het OM over het geheel actiever gebruik gaat maken van die bevoegdheden. Daarmee wordt dan tevens tegemoetgekomen aan de uitkomsten van het onderzoek van De Meijer, die een actievere opstelling van het OM op het civiele terrein wenselijk acht.4
Ten slotte verdient het aanbeveling dat een aantal permanent aanspreekbare en zonodig verder in te schakelen deskundigen voor het civiele team beschikbaar is. Wanneer bij de A-G het vermoeden rijst dat een bepaalde gebeurtenis bij een rechtspersoon het openbaar belang raakt, kan hij deze deskundigen vragen advies uit te brengen, de kans van slagen van een enquêteverzoek te onderzoeken (vooronderzoek) en het verzoek vervolgens te onderbouwen.5 De A-G kan daarbij ook gebruikmaken van deskundigen buiten overheidsdienst, zoals civiele juristen of advocaten, mits hun onafhankelijkheid is gewaarborgd en voor hen een geheimhoudingsplicht geldt.