Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/167:167 Balans
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/167
167 Balans
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS511381:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aldus probeert het HvJ in het arrest Kefalas een balans te vinden tussen enerzijds het verzekeren van de volle en eenvormige werking van het unierecht, en aan de andere kant het tegengaan van misbruik ervan. Een nationale bepaling inzake misbruik kan in geval van misbruik van unierecht uitkomst bieden mits de volle werking van het unierecht is verzekerd. Deze zaken betroffen de invloed van de nationale (Griekse) misbruikbepalingen op de toepassing van het unierecht. Het HvJ heeft het hier niet met zoveel woorden over een uit het communautaire recht voortvloeiend beginsel van verbod op misbruik van recht. AG Tesauro plaatst in zijn conclusie in de zaak Kefalas enkele kanttekeningen bij het aanvaarden van een dergelijk beginsel als algemeen rechtsbeginsel van Europees recht. Hij stelt dat de situaties waarover het HvJ tot dan toe had te oordelen waarin misbruik van unierecht aan de orde was, allemaal situaties waren waarin het HvJ uiteindelijk aan de hand van de grenzen van de betrokken bepaling geconcludeerd heeft tot misbruik of geen misbruik. De misbruikfiguur bestaat eigenlijk niet in de rechtsorde van de EU en de vermeende misbruikgevallen dienen allemaal aan de hand van het toepassingsgebied van de bepaling in kwestie te worden opgelost.1 In feite vormt dit dezelfde kritiek die ook is geventileerd in het kader van het misbruikbeginsel in het interne Nederlandse recht: misbruik van recht als afzonderlijk rechtsbeginsel bestaat niet en situaties van misbruik van recht laten zich oplossen aan de hand van een nadere precisering van het toepassingsgebied van de bepaling in kwestie.2 De AG concludeert:
‘Samengevat ben ik van mening, dat er in de communautaire rechtsorde thans geen algemeen beginsel van gemeenschapsrecht bestaat, dat misbruik van een door het gemeenschapsrecht toegekend recht bestraft, en dat, ook al zou het bestaan, hoe dan ook niet op zodanige wijze kan worden gebruikt dat daardoor een schending van een gemeenschapsbepaling wordt “bekrachtigd”, wat anders in casu het geval zou zijn.’3