Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.2.2
10.2.2 Bestrijding van misbruik van rechtspersonen
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS379456:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Meijer, diss. (2003), p. 344 en 415.
Zie De Meijer, diss. (2003), p. 353-416; De Meijer (2006); De Meijer (2010).
De Meijer, diss. (2003), p. 416.
De Meijer, diss. (2003), p. 415-416. Ook Schmieman (2004), p. 360 en 368, acht een actievere opstelling wenselijk.
Kamerstukken II 1996- 1997, 25 392, nr. 3 (MvT), p. 39.
Zie hierover bijvoorbeeld De Meijer, diss. (2003), p. 415; Schmieman (2004), p. 359-360 en De Meijer (2006), p. 160.
In 2017 treedt het OM wél actiever op te zien ten aanzien van stichtingen op grond van art. 2:298 BW en art. 2:301 BW. Zie Rb. Amsterdam 13 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5025; Rb. Amsterdam 1 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4354; Rb. Amsterdam 1 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4355; Rb. Amsterdam 20 arpil 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4353. Ook dient het OM in 2017 een vordering in tot faillietverklaring op grond van art. 1 lid 2 Fw, zie Rb. Rotterdam 3 februari 2017, JOR 2017/180 m.nt. Kraaipoel (Het Openbaar Ministerie/ ZSV Wonen II BV).
OK 28 december 1981, NJ 1983/25 m.nt. Maeijer (Diesel Holland); OK 26 juni 1986, NJ 1988/99 m.nt. Maeijer (Van der Klis); OK 16 april 1987, NJ 1988/183 (Stolk); OK 3 augustus 1995, rekestnr. 242/95 OK (Vie d’Or); OK 22 juni 2000, JOR 2000/173 m.nt. Josephus Jitta gevolgd door OK 26 oktober 2000, JOR 2000/240 (De Vries Robbé).
Eshuis e.a. (2012).
Zie § 2.3.
Het OM beschikt over de bevoegdheden in het rechtspersonenrecht om in het economisch verkeer ten aanzien van rechtspersonen op te treden. Het doel daarvan is om misbruik van rechtspersonen te bestrijden en dientengevolge ontwrichting van het economisch verkeer tegen te gaan en te voorkomen.1 Uit verschillende onderzoeken naar (het gebruik van) de civiele bevoegdheden van het OM blijkt dat de rechtspersoonrechtelijke bevoegdheden effectieve bestrijdingsmiddelen zijn voor misbruik van rechtspersonen.2 Uit het onderzoek van De Meijer naar de bevoegdheden van het OM in civiele zaken blijkt dat de rechtspersoonrechtelijke bevoegdheden, waaronder ook het enquêterecht, een waardevolle ondersteuning en aanvulling vormen van de strafrechtelijke kerntaak van het OM. Met deze bevoegdheden kan volgens De Meijer een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de rechtshandhaving.3 De Meijer pleit dan ook voor het behoud van de bevoegdheden en dringt aan op een actievere opstelling van het OM op het civiele terrein.4
De wetgever is eveneens van mening dat het belang van de civielrechtelijke taken van het OM niet ondergeschikt is aan het belang van de strafrechtelijke taken. Bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel tot reorganisatie van het OM benadrukt de wetgever dat de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde als kerntaak van het OM niet wil zeggen dat de andere taken van het OM maatschappelijk gezien van minder grote betekenis zijn. De neventaken van het OM, zoals de belangrijke taken op civielrechtelijk gebied, zijn volgens de wetgever eveneens van groot belang.5 Die ondergeschiktheid lijkt in de praktijk echter wel te bestaan. Het OM maakt over de gehele linie weinig gebruik van de bevoegdheden in het rechtspersonenrecht.6 Uit het beperkte aantal gepubliceerde uitspraken blijkt dat het OM niet actief bezig is met het aanvragen van faillissementen, verzoeken tot het ontslag van bestuurders van stichtingen, verzoeken tot ontbinding van stichtingen of verzoeken tot het gelasten van enquêtes.7 De A-G diende slechts vijf keer een enquêteverzoek in.8 Ik kom hier op terug in § 10.5.3.
In 2009 komen vanuit de politiek vragen op over de wenselijkheid van een actiever civielrechtelijk optreden door het OM. In een brief aan de Voorzitter van de Eerste Kamer van 22 oktober 2009 over financieel wanbeleid van rechtspersonen, kondigt de Minister van Justitie een breed onderzoek aan naar de reden van het vrijwel ontbreken van civielrechtelijke aansprakelijkheidsacties en andere op het civiele recht gebaseerde gerechtelijke procedures die in geval van financieel wanbeleid door belanghebbenden, de A-G of het OM aanhangig gemaakt zouden kunnen worden. De minister vraagt zich af of dit te wijten is aan gebreken in het systeem van rechtshandhaving of dat eventuele hindernissen bij deze partijen meer praktisch van aard zijn.9 Het daaropvolgende onderzoek concentreert zich (slechts) op de redenen die er kunnen zijn voor de rechtspersoon om geen gebruik te maken van de mogelijkheid om bestuurders en interne toezichthouders civielrechtelijk aansprakelijk te stellen. Het enquêterecht wordt slechts zijdelings genoemd omdat deze procedure niet tot aansprakelijkheid kan leiden. Aan de rol van de A-G of het OM in het kader van de bestrijding van financieel wanbeleid wordt geen aandacht besteed.10 Het enquêterecht van de A-G lijkt mij echter bij uitstek een middel dat een bijdrage kan leveren aan de rechtshandhaving wanneer men kijkt naar het doel en de strekking van dat recht.11 Het enquêterecht is een instrument dat het OM in het kader van het openbaar belang kan inzetten en zich richt op het beleid van de rechtspersoon. Omdat het onderzoek betrekking kan hebben op het beleid van alle organen van de rechtspersoon, is het een geschikt instrument om misbruik van of wanbeleid binnen rechtspersonen op te sporen. Met een verzoek om onmiddellijke of definitieve voorzieningen kan het OM het misbruik of wanbeleid bovendien (direct) bestrijden.