Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.2.1.3
3.2.1.3 Code de la procédure civile
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS298611:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Guinchard, Ferrand & Chainais 2008, p. 587-588 (nr. B57). De gevolgen van het beëindigen van een zaak worden behandeld door de artikelen BS4 en BS5 CPC. Het principe dat partijen zelf bepalen of zij de procedure beëindigen, wordt ook wel aangeduid als een “principe essentiel de la liberté pour une partie de mettre fin à l’instance qu’elle a engagée ”(vgl. Cour d’appel Paris 9 november 1987, Gaz. Pal. 1988, 1.205).
Vgl. Cour de cassation 29 november 1963, Bull. Civ. II,nr. 787.
Vgl. wederom: Cour de cassation 29 november1663, Bull. Civ. II, nr. 787. Overigens is in Frankrijk meermaals door de Cour de cassation geoordeeld dat een “sainsine d’office” niet in strijd is met artikel 6 EVRM (Cour de cassation 16 mei 2006, Bull. Civ. IV, nr. 123; Cour de cassation 13 november 1996, Bull. Civ. II, nr. 391 (JCP 1997, II, 22816)).
Cour de cassation 14 juni 1989, Bull. Civ. III, nr. 137. Vgl. ook: Guinchard, Ferrand & Chainais 2008, p. 190 (nr. 166).
Guinchard, Ferrand & Chainais 2008, p. 192 (nr. 168).
97.
Artikel 1 CPC is duidelijk over de vraag wie het initiatief moet nemen tot de aanvang van een civiele procedure in Frankrijk:
“Seules les parties introduisent l’instance, hors le cas ou la loi en dispose autrement. Elles ont la liberté d’y mettre fin avant qu’elle ne s’éteigne par l’effet du jugement ou en vertu de la loi.”
In hoofdzaak is het dus een kwestie van partijen om te bepalen of er wordt geprocedeerd, en zo ja, waarover en hoe lang er wordt geprocedeerd.1 De taak van de rechter begint pas als een procedure bij hem wordt aangebracht.2 Er zijn enkele uitzonderingen op dit principe, welke vooral verband houden met de openbare orde. Overigens is het dan niet zo dat de rechter zelf een procedure aanhangig kan maken, maar veeleer dat hij niet strikt gebonden is aan het feitelijk kader van partijen. In dat soort gevallen wordt wel gesteld dat er sprake is van een zogenaamd “saisine d’office.” Letterlijk betekent dat het ambtshalve aanhangig maken van een civiele procedure, maar onder artikel 1 CPC wordt ook begrepen dat de rechter gebonden is aan het feitelijk kader van partijen. Wanneer een “saisine d’office” dan ook mogelijk wordt geacht vanwege de betrokkenheid van het openbaar belang, moet vooral worden gedacht aan een uitzondering op het beginsel dat de rechter gebonden is aan het feitelijk kader van partijen.3 Zonder vordering of verzoek is er geen rechter: “sans prétention, il n’y a pas de demande en justice”.4 Het vormt voor de rechter “la condition nécessaire de sa saisine.”5 Ook in Frankrijk kan een civiele procedure dus slechts bestaan bij gratie van partijen.