Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.4.3.3:19.4.3.3 Neuropsychologisch onderzoek
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.4.3.3
19.4.3.3 Neuropsychologisch onderzoek
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS500721:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Toor 2011.
Zie bijvoorbeeld Chiesa 2009, p. 35 e.v.
Zie Swaab 2010 en Lamme 2011. Anders Slors 2012, die meent dat uit het hersenonderzoek geen conclusies betreffende de vrije wil kunnen worden getrokken.
Vgl. het themanummer Recht en neurowetenschappen in NJB 2013/2611 e.v.
Zie onder meer Kwakman 2011; Buruma 2011; en Schwitters 2013.
Zie hierover § 19.7.2 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor wat betreft de ontwikkelingen die specifiek in de fiscale strafvordering kunnen doorwerken, trekt vooral de aandacht de invloed die neuropsychologische onderzoeksmethoden hebben op repressieve onderzoeksmethoden. Deze methoden richten zich op het ‘lezen’ van de gedachten van (verdachte) personen door hun hersenfuncties te meten. Omdat niet sprake is van het afleggen van een ‘woordelijke’ verklaring en evenmin sprake is van de afgifte van materiaal, is de betekenis van nemo tenetur voor deze methoden niet eenduidig.
Ook wanneer wordt aangenomen dat de informatie die op grond van deze methode wordt verkregen een verklarend karakter heeft, dan roept het gebruik ervan nauwelijks tot geen ongeoorloofde dwang op. Dit brengt Van Toor tot de conclusie dat als neuropsychologische onderzoeksmethoden zoals de ‘Guilty Knowledge Test’ in het strafrecht worden geïntroduceerd, er van de mogelijkheid om te zwijgen en je proceshouding te bepalen, vrijwel niets over blijft.1 Ook in de Amerikaanse literatuur is bepleit dat de invloed van de neuropsychologie op nemo tenetur verstrekkend kan zijn.2
Vrije wil?
Ik wijs hier ook op de (opnieuw) opgelaaide discussie in de neuropsychologie over het al dan niet bestaan van een vrije wil. Naarmate het menselijk brein verder in kaart wordt gebracht, lijkt het concept van de vrije wil steeds meer in het gedrang te komen.3 Zou de opvatting dat de mens niet over een vrije wil beschikt ruim ingang vinden, dan zou dat een wezenlijke aantasting van de door het EHRM tot op heden erkende grondslagen van het recht tegen gedwongen zelfbelasting kunnen betekenen. Van een keuzevrijheid om al dan niet te spreken, lijkt dan geen sprake.
Hoewel de invloed van de neurowetenschappen op het strafrecht nog weinig duidelijk is4, lijkt het niet erg waarschijnlijk dat de opvatting dat het brein ons leidt en wij (dus) geen eigen verantwoordelijkheid dragen, ruim ingang zal vinden.5 Die opvatting zou betekenen dat de strafbaarheid van overtredingen in het gedrang komt. Althans, wanneer wordt vastgehouden aan het schuldstrafrecht.6